Marokko aan ons: “stop met geld sturen, begin met investeren”
Marokkanen in het buitenland stuurden vorig jaar meer dan 122 miljard dirham naar huis. Dat is 13,2 miljard dollar. Als directe investeerders zijn ze vrijwel afwezig. Dat spanningsveld stond centraal op een nationaal investeringsforum dat vrijdag in Tanger plaatsvond. Premier Aziz Akhannouch vroeg de diaspora openlijk een volgende stap te zetten: van overmaking naar ondernemerschap.
Het forum vond plaats onder patronage van Mohammed VI. Ministers, regionale bestuurders, bedrijfsleiders en vertegenwoordigers van Marokkaanse gemeenschappen in het buitenland kwamen samen, naast investeerders actief in de automotive, lucht- en ruimtevaart, hernieuwbare energie en logistiek.
Tien procent is te weinig
Beleidsmakers kennen de cijfers al langer, maar nu worden ze publiekelijk benoemd. Marokko telt ongeveer vijf miljoen Marokkanen in het buitenland. Hun gezamenlijke geldovermakingen behoren tot de hoogste op het Afrikaanse continent. Toch vertegenwoordigt diaspora-investering slechts zo’n tien procent van de totale nationale private investeringen.
Akhannouch formuleerde het scherp: Marokko wil de verschuiving maken “van financiële overmakingen naar productieve investeringen.” De diaspora heeft volgens hem niet alleen spaargeld, maar ook internationale zakelijke netwerken, technische kennis en ondernemerskapitaal die het land nu nodig heeft.
Die toon is nieuw. Het Marokkaanse diasporabeleid draaide de afgelopen decennia grotendeels om het faciliteren van geldovermakingen, het organiseren van seizoensgebonden terugkeeroperaties en het verlenen van administratieve diensten. Vrijdags forum positioneerde uitgeweken Marokkanen als onderdeel van de industriële strategie.
Wat er concreet verandert
Akhannouch noemde een reeks hervormingen die moeten inspelen op vaste klachten van diaspora-investeerders: te veel bureaucratie, versnipperde instellingen en trage procedures.
Concreet: de Nationale Investeringscommissie keurde sinds het aantreden van de huidige regering 381 projecten goed ter waarde van 581 miljard dirham, goed voor naar verwachting meer dan 245.000 directe en indirecte banen. Procedures voor projecten onder de 250 miljoen dirham worden gedecentraliseerd. Goedkeuringen hoeven niet meer via Rabat te lopen. Digitale platformen zoals CRI Invest en DirectEntreprise moeten de papierwinkel vervangen.
Voor wie vanuit Nederland wil investeren, zijn die drempelverlagingen relevant. Een van de structurele bezwaren die Marokkaans-Europese ondernemers geregeld noemen: te veel instanties, onduidelijke bevoegdheden, vergunningen die blijven hangen. De nieuwe investeringscharter, waarvan de uitrol nu wordt versneld, probeert daar structureel iets aan te doen.
Nieuwe instellingen voor een nieuwe rol
Het forum valt samen met een bredere herstructurering van de instellingen die diasporazaken beheren. Na koninklijke richtlijnen rondom de 49e verjaardag van de Groene Mars, de historische mars in 1975 waarmee Marokko zijn aanspraken op de Westelijke Sahara kracht bijzette, wordt de Raad van de Marokkaanse Gemeenschap in het Buitenland versterkt. Daarnaast komt er een Mohammed VI-Stichting voor Marokkanen in het Buitenland.
Die stichting moet een brugfunctie vervullen tussen de diaspora en de investeringsstructuren in Marokko. Details over haar precieze mandaat en financiering zijn nog niet publiek gemaakt.
De context: 2030 en de groene industrie
De timing is niet toevallig. Marokko werkt aan toeleveringsketens voor elektrische voertuigen, groene waterstof, logistieke infrastructuur en de voorbereiding op het WK voetbal 2030, dat Marokko mede organiseert met Spanje en Portugal. Dat zijn kapitaalintensieve sectoren. De overheid heeft private cofinanciering nodig.
De diaspora, met haar voet in zowel Europese als Marokkaanse markten, past in dat plaatje. Of het forum ook tot concrete investeringstoezeggingen heeft geleid, werd vrijdag niet bekendgemaakt.
De echte toets komt later dit jaar: hoeveel van de aangekondigde vereenvoudigingen worden ook echt doorgevoerd, en bereiken ze de ondernemer in Amsterdam of Rotterdam die serieus nadenkt over een fabriek of een logistiek platform in Tanger of Kenitra.