Raadslid Tanger: “De aanwezigheid van vrouwelijke raadsleden is een bewijs van gebrek aan mannelijkheid in hun familie”
Jamal Al-Awami, gemeenteraadslid in Beni Makada (Tanger), zei het gewoon voor de camera: dat vrouwelijke collega’s die naar raadszittingen komen, bewijzen dat de mannen in hun familie een “gebrek aan mannelijkheid” hebben. Het directe doelwit was raadslid Fatima Belhassen. Het was niet de eerste keer dat Al-Awami dit soort uitspraken deed — hij had eerder al excuses aangeboden en was gewoon doorgegaan.
Wat de zaak scherp maakt: dit was geen verhitte slip in een vergaderzaal. Dit was een mediaoptreden. Bewust, voor de camera, over een collega bij naam.
De lokale PJD-afdeling reageerde fel: “Het reduceren van de waarde van een vrouw tot haar aanwezigheid binnenshuis, en het aanvallen van de eer van elke vrouw die werkt — of dat nu in haar beroep of in de politiek is — onthult een bekrompen en achtergebleven kijk op de samenleving.”
Sterk statement. Maar Al-Awami zit nog gewoon op zijn post.
De cijfers achter het incident
Het incident in Beni Makada is geen uitzondering — het is een symptoom van iets structureels.
Marokko heeft de afgelopen decennia zichtbare stappen gezet op papier. De Grondwet van 2011 verankerde gelijkheid als principe. Het aantal vrouwen in het nationale parlement steeg van 67 zetels in 2011 naar 96 in 2021, grotendeels dankzij quota. Maar, zoals een recent onderzoek van het Marokkaans Centrum voor Onderzoek en Beleidsanalyse (CEMRAP) concludeert: meer zetels betekenen niet automatisch meer invloed. Quota kunnen veranderen in een symboolpolitiek — vrouwen worden verkozen, maar krijgen weinig echte beslissingsmacht. Op lokaal niveau speelt dat nog sterker, zo stelt hetzelfde onderzoek.
Onderzoeksplatform Kouni Anti liet in 2024 zien hoe dat er bovenin uitziet: slechts 18,9 procent van de inspecteurs-generaal in Marokko is vrouw, 15,7 procent van de directeuren, 13,1 procent van de secretarissen-generaal. In de private sector leidt slechts 12,8 procent van de bedrijven een vrouw.
Arbeidsmarkt: het tegenovergestelde van wat de schoolcijfers voorspellen. Terwijl meer vrouwen dan ooit hoger onderwijs volgen, daalde hun arbeidsparticipatie tussen 2014 en 2024 van ruim 20 naar bijna 17 procent. De EU-delegatie in Marokko noemde dit eerder dit jaar “zorgwekkend.”
Toch zijn er positieve ontwikkelingen
Wat de zaak ingewikkeld maakt: de samenleving beweegt wél. Uit de Arab Barometer blijkt dat twee derde van de Marokkanen nu vindt dat vrouwen evenveel leiderschapskwaliteiten hebben als mannen in de politiek. 65 procent heeft geen bezwaar tegen vrouwen in verantwoordelijke functies. In 2018 vond nog één op de twee Marokkanen dat vrouwen geen plaats hadden in de politiek.
Al-Awami vertegenwoordigt dus een krimpende minderheid. Maar hij is wel verkozen, zit in een raadszaal, en blijft zitten.
Het eigenlijke probleem: geen tanden
De PJD-verklaring is politiek gezien een signaal. Maar een sanctiemechanisme voor dit soort uitspraken in het Marokkaanse lokale bestuur bestaat in de praktijk nauwelijks. Er is geen disciplinaire procedure die een raadslid daadwerkelijk ter verantwoording roept voor publieke uitspraken over collega’s.
Zolang dat zo is, is een solidariteitsverklaring wat het is: een statement, geen oplossing. En zolang vrouwen op lokaal niveau soms puur symbolisch op kieslijsten terechtkomen — via familiebanden of politieke schijn — blijft de aanwezigheid van vrouwen in de raadszaal kwetsbaar voor precies dit soort aanval.
Fatima Belhassen zit in die raadszaal niet als gunst. Ze zit er als volksvertegenwoordiger. Dat haar collega dat publiekelijk als bewijs van zwakte noemt — en daarna gewoon aanblijft — zegt meer over de staat van het lokale bestuur dan over haar.