De Amazigh noemden ze “de onverstaanbaren”. Nu speelt hun muziek in Essaouira, New York en Bahia.

De Amazigh noemden ze “de onverstaanbaren”. Nu speelt hun muziek in Essaouira, New York en Bahia.

Eind deze maand staat Essaouira drie dagen stil. De straten lopen vol, de pleinen worden podia, en ergens in de medina klinkt tot diep in de nacht een geluid dat je niet meteen kunt plaatsen. Een diepe, trance-achtige bas. Metalen castagnetten die klinken als regen op steen. Een stem die zingt in een taal die je niet herkent, niet Arabisch, niet Tamazight, maar iets ouders. Iets dat van ver komt.

Het gaat om Gnaoua en het zal het hoofdonderwerp zijn van het jaarlijkse Gnaoua Festival in Essaouria. En als je er als Marokkaan mee opgroeide, kende je het waarschijnlijk van gezicht zonder het echt te kennen.

Wat de naam zegt

Het woord gnaoua stamt vermoedelijk af van het Berberse agnaw: de onverstaanbare, degene wiens taal niemand kon volgen. Zo noemden Amazigh-gemeenschappen de mensen die ze niet konden verstaan. Want de eerste Gnaoua spraken geen Arabisch en geen Tamazight. Ze kwamen uit wat nu Senegal, Mali en Guinea heet, meegenomen als slaven via de trans-Saharische routes vanaf de zestiende eeuw, verkocht aan dynastieën die hun paleizen en legers wilden versterken.

Dat slavernijverleden is de grondlaag van alles. De muziek, de rituelen. Het is allemaal ontstaan uit mensen die alles waren kwijtgeraakt, behalve wat ze in hun hoofd en lichaam meedroegen. Ze brachten hun geesten mee, hun geneesrituelen, hun verbinding met het onzichtbare. En ze pasten het aan. Ze mengden het met de islam, met Arabische en Berberse invloeden, en zo ontstond iets nieuws.

De nacht die heelt

De kern van de Gnaoua-traditie is de lila, het woord betekent simpelweg “nacht”. Een lila is een ceremonie die van zonsondergang tot zonsopgang duurt. Soms drie nachten achter elkaar. De maalem, de meester-muzikant, bespeelt de guembri: een driesnarige luit met een klankkast van hout en kameelhuid, die klinkt alsof de aarde zelf spreekt. De krakende klank van de qraqeb, metalen castagnetten, markeert het ritme. En dan is er de dans, de trance, de verbinding met de mluk, geesten die om aandacht vragen.

Het is geen theater. Voor sommigen is het therapie, in de meest letterlijke zin. Mensen die last hebben van onrust, angst of psychische klachten zoeken een lila op. De muziek werkt als sleutel voor hen, de trance als doorgang. Wat er precies gebeurt is moeilijk te vangen in woorden en dat is ook de bedoeling.

Wat lang in kleine kringen bleef, aan de rand van de officiële religieuze wereld, erkende UNESCO in december 2019 als immaterieel werelderfgoed. Een erkenning die zowel beladen als terecht voelt: de cultuur van mensen die ooit geen naam mochten hebben, staat nu op de wereldlijst.

Essaouira als thuis

Dat Gnaoua juist in Essaouira zijn thuis vond, is geen toeval. De stad aan de Atlantische kust was eeuwenlang een handelspost waar Afrika, de Arabische wereld en Europa elkaar kruisten. Joodse handelaren, Amazigh families, Arabische geleerden en de nakomelingen van sub-Saharische slaven — ze leefden naast elkaar in een stad die kleiner is dan je denkt maar groter voelt dan ze is.

De zaouïa van Essaouira, het gemeenschapscentrum van de Gnaoua, klopt al eeuwen. En elk jaar in juni verandert de stad in een festivalterrein waar die oude, kloppende hartslag het luidst klinkt.

Het festival dat de wereld bracht

Het Gnaoua en Wereldmuziekfestival bestaat dit jaar 27 jaar. Opgericht in 1998 door ondernemer Neila Tazi, begon het klein en groeide het uit tot een van de meest bijzondere muziekfestivals ter wereld. Niet vanwege de namen op het affiche, maar vanwege wat er op het podium gebeurt.

De formule is simpel en onnavolgbaar: zet een Gnaoua-maalem naast een jazzmusikant of een reggae-artiest, geef ze amper tijd voor repetitie, en laat ze spelen. Wat daaruit komt bestaat maar één keer, op dat moment, op dat plein.

Dit jaar, van 25 tot 27 juni, komen 460 artiesten uit Marokko, Afrika, Brazilië, Palestina, Libanon en de Verenigde Staten naar Essaouira. Carlinhos Brown uit Bahia staat op het programma. De muziek van Bahia, de Candomblé, de samba-reggae: het heeft dezelfde wortels als Gnaoua. Slaven die hun cultuur meenamen over oceanen en er iets nieuws van maakten. Twee kanten van dezelfde geschiedenis, eindelijk op hetzelfde podium.

Controversieel maar nog volop aanwezig

Gnaoua is het deel van Marokko dat lang niet mocht bestaan. De islamitische orthodoxie is kritisch. De Europese kolonisator in de vorige eeuw categoriseerde het als bijgeloof. Feit is dat het toch overleefde en nog steeds doorklinkt, nacht na nacht.

Het laatste nieuws

Lees ook