Franse studie: Vruchtbaarheid Marokko zakt naar historisch dieptepunt en onder vervangingsdrempel
Het vruchtbaarheidscijfer in Marokko heeft een historisch dieptepunt bereikt. Met gemiddeld 1,97 kind per vrouw zakt het land in 2024 voor het eerst onder de vervangingsdrempel van 2,1, de grens waarbij een bevolking zichzelf op peil houdt. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het INED, het Franse Institut National d’Études Démographiques.
Vijftig jaar in cijfers
De daling is niet van gisteren. De omvang ervan is wel groot. In de jaren zeventig kregen vrouwen in Marokko, Algerije en Tunesië gemiddeld zeven à acht kinderen. Begin jaren negentig was dat al gehalveerd. Sindsdien lopen de drie landen uiteen.
Marokko is daarin het meest consistent: een ononderbroken daling sinds de jaren negentig, zonder de tijdelijke stijging die Algerije en Tunesië wel kenden. Algerije piekte rond 2015 op meer dan drie kinderen per vrouw en staat nu op 2,61. Tunesië, dat als eerste Noord-Afrikaans land de vervangingsdrempel onderschreed, registreerde in 2023 nog 1,58 kind per vrouw, met een geschatte 1,53 in 2024. Marokko zit daar tussenin, maar daalt nog steeds.
Anticonceptie als verklaring voor Marokko
De studie maakt een onderscheid in de oorzaken per land. In Tunesië speelt het uitstellen van het huwelijk een grote rol: Tunesische vrouwen trouwen gemiddeld op 28,9 jaar. In Marokko hangt de daling sterker samen met anticonceptiegebruik. Volgens het INED gebruikt 71 procent van de gehuwde Marokkaanse vrouwen een vorm van gezinsplanning. Dat ligt hoger dan in Algerije en Tunesië, waar de percentages schommelen tussen de 50 en 55 procent.
Achter die cijfers gaat een bredere verschuiving schuil: langere schoolloopbanen en een latere intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt.
Vergrijzing versnelt
De demografische gevolgen worden al zichtbaar. In Tunesië steeg het aandeel 60-plussers van 8 procent in 1997 naar 17 procent in 2024. Marokko zit vooralsnog op 13,8 procent, Algerije op 10,5 procent. Het INED stelt dat die cijfers de komende jaren automatisch oplopen, nu de geboortegolven uit de jaren zeventig en tachtig de pensioenleeftijd naderen.
Voor Marokko betekent dat concreet: een kleiner werkend deel van de bevolking dat een groeiende groep ouderen moet onderhouden.
Geen terugkeer verwacht
Wat de INED-studie onderscheidt van eerdere analyses, is de conclusie dat de daling structureel lijkt. In Algerije en Tunesië waren eerder tijdelijke stijgingen zichtbaar, maar de huidige neerwaartse lijn in alle drie landen beschrijft het INED als stabiel op de lange termijn. Voor Marokko geldt bovendien dat er nooit sprake was van een herstelperiode: de daling was altijd geleidelijk, en gaat door.
De vraag is niet meer óf de Maghreblanden vergrijzen, maar hoe snel, en of hun sociale stelsels dat tempo bijhouden.