Drie keer Marokko tegen Brazilië, zaterdagnacht volgt een nieuw hoofdstuk

Drie keer Marokko tegen Brazilië, zaterdagnacht volgt een nieuw hoofdstuk

Zaterdagnacht staat Marokko voor de vierde keer in de geschiedenis tegenover Brazilië. De eerdere drie ontmoetingen vertellen samen het verhaal van dertig jaar Marokkaans voetbal: van dappere underdog tot ploeg die de Seleção recht in de ogen kijkt.

1997: Les in Belém

De eerste kennismaking komt op 9 oktober 1997, een oefenduel in het Braziliaanse Belém, een havenstad aan de monding van de Amazone. Brazilië is op dat moment het onbetwiste centrum van de voetbalwereld. Regerend wereldkampioen, met Mário Zagallo op de bank en een aanval waar elke verdediger wakker van ligt: Ronaldo, net verkozen tot beste speler ter wereld, Romário, en de jonge Denílson.

Marokko heeft zich onder de Franse bondscoach Henri Michel net geplaatst voor het WK in Frankrijk, het eerste WK voor het land sinds 1994. De kern van die ploeg speelt op niveau: aanvoerder Noureddine Naybet staat bij Deportivo La Coruña, Mustapha Hadji groeit uit tot een van de beste spelmakers van Afrika. Voor hen is Belém een meetlat. Hoe ver staan we van de absolute top?

Het antwoord: dichterbij dan gedacht, maar nog niet dichtbij genoeg. Denílson, die een jaar later voor een wereldrecordbedrag naar Real Betis vertrekt, maakt beide goals. 2-0, een nederlaag zonder schande. Acht maanden later zien ze elkaar terug, en dan telt het echt.

1998: Nantes, en de week die niemand vergeet

WK Frankrijk, groep A. Marokko loot Brazilië, Noorwegen en Schotland. Voor de duizenden Marokkaanse families in Nederland, Frankrijk en België is het een zomer om naar uit te kijken: een WK om de hoek, met een ploeg die meer kan dan meedoen.

Marokko opent met 2-2 tegen Noorwegen en reist dan af naar Nantes, waar op 16 juni de Seleção wacht. Ronaldo opent de score, Rivaldo en Bebeto maken het af. 3-0. Marokko speelt periodes goed mee, maar tegen deze generatie is elke fout dodelijk. Brazilië laat die avond zien waarom het de grootste favoriet van het toernooi is. De ploeg haalt later de finale, waar het op een bizarre avond met 3-0 onderuit gaat tegen gastland Frankrijk, met een zieke Ronaldo als hoofdrolspeler in een verhaal dat tot vandaag vragen oproept.

Voor Marokko begint het echte drama pas een week na Nantes. Op de slotspeeldag vernedert de ploeg Schotland met 3-0. In Saint-Étienne barst het feest los, want Marokko staat op dat moment virtueel in de achtste finale. Het zou de eerste keer ooit zijn dat het land de groepsfase overleeft via eigen kracht in een poule met de wereldkampioen.

Tegelijkertijd speelt in Marseille een Braziliaanse B-ploeg tegen Noorwegen. Brazilië is al groepswinnaar en heeft niets meer te winnen. Het staat lang 1-0 voor, genoeg voor Marokko. Dan, in de slotfase: Tore André Flo maakt gelijk, en in de 89e minuut krijgt Noorwegen een strafschop. Kjetil Rekdal schiet binnen. 2-1. Marokko ligt eruit met vier punten, een doelsaldo dat normaal ruim volstaat, en de beste WK-prestatie uit de eigen geschiedenis.

Wie die avond meemaakte, in Casablanca, in Al Hoceima of in een woonkamer in Amsterdam of in Antwerpen, weet nog precies waar hij zat. Hadji wordt dat jaar uitgeroepen tot Afrikaans Voetballer van het Jaar, een schrale troost. Marokko keert daarna lang niet terug op het hoogste podium: pas in 2018 staat het weer op een WK, en pas in 2022 overleeft het eindelijk een groepsfase. De kater van Frankrijk werkt een generatie lang door.

2023: Tanger neemt revanche

Als de landen elkaar op 25 maart 2023 weer treffen, is de wereld onherkenbaar veranderd. Marokko komt net uit Qatar, waar het België, Spanje en Portugal uitschakelde en als eerste Afrikaanse en Arabische land ooit een WK-halve finale haalde. De ploeg van Walid Regragui is in een paar weken uitgegroeid tot het gezicht van een continent en een diaspora. De beelden van vierende straten van Rabat tot Rotterdam gingen de wereld over.

En de samenstelling van die ploeg vertelt een eigen verhaal. Waar de generatie van 1998 grotendeels in Marokko werd gevormd, is de selectie van 2022 voor meer dan de helft geboren en opgeleid in Europa. Ziyech uit Dronten, Amrabat uit Huizen, Mazraoui uit Leiderdorp, Hakimi uit Madrid, Boufal uit Parijs. Het is de generatie van de tweede en derde generatie, kinderen van de migratie die het shirt van hun ouders dragen.

Brazilië komt voor de eerste interland na Qatar naar het Grand Stade de Tanger, en de stad loopt uit. Het is het eerste thuisduel sinds de halve finale, een volksfeest nog voor de aftrap. Ziyech en Amrabat staan in de basis, en binnen het half uur zet Sofiane Boufal Marokko op voorsprong. Casemiro maakt gelijk, maar tien minuten voor tijd schiet Abdelhamid Sabiri, opgegroeid in Frankfurt, de 2-1 binnen.

Voor het eerst in de geschiedenis verslaat Marokko Brazilië. Geen oefenpotje dat snel vergeten wordt, maar een bevestiging van wat Qatar al liet zien: deze ploeg hoort bij de wereldtop, en weet het zelf ook.

En nu: New Jersey

Zaterdagnacht om middernacht Nederlandse tijd (23.00 uur in Marokko) volgt hoofdstuk vier, in het MetLife Stadium in New Jersey. De symboliek wil dat Schotland opnieuw in de groep zit, net als in 1998, samen met Haïti. Maar verder lijkt niets op toen.

Dit keer geen kansloze missie tegen een onaantastbare grootmacht. Brazilië staat zesde op de FIFA-ranking, Marokko zevende, het hoogst genoteerde Afrikaanse land. De Seleção zoekt onder Carlo Ancelotti, de eerste buitenlandse bondscoach in de Braziliaanse geschiedenis, naar herstel van oude glorie na een moeizame kwalificatie. Marokko walste juist door de kwalificatie en begint aan het toernooi met de ambitie om Qatar te evenaren of te overtreffen, al moet het dat doen zonder Aguerd en Ezzalzouli.

De balans na drie duels: twee keer Brazilië, één keer Marokko. In Belém was Marokko leerling, in Nantes slachtoffer, in Tanger winnaar. Drie wedstrijden, drie tijdperken. De vraag is welk Marokko zaterdagnacht het veld op stapt.

Het laatste nieuws

Lees ook