Een op de vier Marokkanen analfabeet: op het platteland loopt het op tot meer dan de helft
Een kwart van de Marokkanen van tien jaar en ouder kan niet lezen of schrijven. Dat blijkt uit cijfers van het Nationale Agentschap voor de Bestrijding van Analfabetisme, gebaseerd op de volkstelling van 2024. Hespress berichtte over de data nadat het agentschap schriftelijk antwoord gaf op een parlementaire vraag van vakbondsadviseur Khalid Setti van de Nationale Arbeidsbond. Het percentage daalde ten opzichte van 2014, maar de onderliggende cijfers laten zien hoe ongelijk die vooruitgang verdeeld is.
Platteland versus stad: een wereld van verschil
Het nationale gemiddelde van 24,8 procent verhult een scherp geografisch contrast. In steden ligt het analfabetisme op 19,3 procent. Op het platteland is dat 43,4 procent, meer dan twee keer zo hoog. Voor vrouwen in landelijke gebieden loopt het op tot 55,1 procent: meer dan de helft kan niet lezen of schrijven.
Vrouwen en ouderen het zwaarst getroffen
Het genderverschil is groot maar verkleint. In 2014 was 42,1 procent van de vrouwen analfabeet; in 2024 is dat 32,4 procent. Bij mannen daalde het van 22,2 naar 17,2 procent. De kloof blijft reëel: vrouwen scoren bijna twee keer zo hoog als mannen.
Leeftijd speelt een doorslaggevende rol. Bij mensen van vijftig jaar en ouder ligt het analfabetisme op 51 procent. In veel gezinnen met een grootoudersgeneratie in Marokko is de helft van de oudere familieleden afhankelijk van anderen voor het lezen van formulieren, brieven of medische informatie.
400.000 nieuwe gevallen per jaar door schooluitval
Het agentschap wijst op een structureel knelpunt: elk jaar komen er circa 400.000 mensen bij die nooit hebben leren lezen, of die het opnieuw kwijtraken. Een groot deel verlaat school voordat basisvaardigheden zijn verankerd. Een ander deel vergeet na afloop van een alfabetiseringsprogramma wat het heeft geleerd, omdat lezen en schrijven in het dagelijkse leven nauwelijks nodig zijn.
Dat relativeert de programmaresultaten. Het academisch jaar 2024-2025 telde 455.781 deelnemers aan alfabetiseringsprogramma’s. Maatschappelijke organisaties namen het grootste deel voor hun rekening: ruim 294.000 mensen, zo’n 65 procent van het totaal. Meer dan 140.000 mensen volgden een programma via het Ministerie van Religieuze Zaken en Islamitische Stichtingen. Over de vier jaar daarvoor profiteerden in totaal 2,4 miljoen mensen van zulke programma’s.
Vooruitgang is reëel, tempo is het vraagstuk
Vergeleken met 2014 is er vooruitgang. Het nationale analfabetismepercentage daalde van 32,2 naar 24,8 procent in tien jaar, een daling van ruim zeven procentpunt. Maar bij het huidige tempo, en met 400.000 nieuwe gevallen per jaar, blijft de afstand tot volledige geletterdheid groot.
Het agentschap erkent dat vroege schooluitval en beperkt dagelijks gebruik van geleerde vaardigheden het effect van programma’s ondermijnen. Zolang die twee factoren niet structureel worden aangepakt, blijft alfabetisering grotendeels een inhaalrace die nooit gewonnen wordt.