Marokko’s pensioencrisis: dezelfde strijd als in Nederland, maar dan zonder vangnet

Marokko’s pensioencrisis: dezelfde strijd als in Nederland, maar dan zonder vangnet

Marokko’s pensioenhervorming zit vast. Vakbonden en overheid praten al jaren langs elkaar heen, en minister van Financiën Nadia Fettah erkende vorige week in de Chambre des Conseillers, de Marokkaanse Eerste Kamer, dat de voortgang niet heeft voldaan aan de verwachtingen. Een nieuwe onderhandelingsronde staat gepland voor begin juli. Wie de politieke film kent die Nederland draaide met de Wet toekomst pensioenen, herkent het scenario: demografische druk, vakbondsweerstand en een overheid die iedereen tevreden wil houden terwijl de klok tikt.

Waarom een hervorming noodzakelijk is

De urgentie van een hervorming is duidelijk. De CMR, het fonds voor ambtenaren, dreigt zonder ingrepen op middellange termijn technisch insolvabel te worden: de verhouding tussen actieve bijdragers en gepensioneerden verslechtert snel doordat Marokko vergrijst. De bevolking van 65 jaar en ouder groeide de afgelopen twee decennia gestaag, terwijl de geboortecijfers daalden. Tegelijkertijd blijft een groot deel van de economie informeel: miljoenen werkende Marokkanen dragen niets af aan een pensioenfonds en bouwen dus ook niets op. Dat betekent een dubbele druk: de fondsen die wél bestaan, worden zwaarder belast door een groeiend aantal uitkeringsgerechtigden, terwijl de instroom van nieuwe bijdragers achterblijft. Zonder structurele aanpassing lopen de tekorten op tot een omvang die de overheid niet meer stil kan houden.

Vier fondsen, één probleem

Marokko heeft vier grote pensioenfondsen, elk met hun eigen structurele problemen. De CMR (Caisse Marocaine des Retraites) dekt ambtenaren, de CNSS (Caisse Nationale de Sécurité Sociale) de private sector, de RCAR (Régime Collectif d’Allocation de Retraite) de contractuele staatswerknemers en de CIMR (Caisse Interprofessionnelle Marocaine de Retraite) de vrijwillige aanvulling voor zelfstandigen en private werknemers. Vakbonden vergaderden de afgelopen weken met alle vier fondsen afzonderlijk om hun financiële staat te inventariseren. Wat ze vonden, verrast niemand die de cijfers volgt: groeiende druk door een vergrijzende bevolking en een tekortschietende bijdragebasis.

Drie stelsels vergeleken: Marokko, Nederland en België

Om te begrijpen waarom de Marokkaanse hervorming zo moeizaam verloopt, helpt het om het stelsel naast dat van Nederland en België te leggen. In Nederland rust het pensioensysteem op drie pijlers: de AOW, een basispensioen dat de overheid betaalt aan iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, aangevuld met verplichte bedrijfspensioenen via pensioenfondsen en een vrijwillig derde pijler van individuele spaarproducten. De dekking is nagenoeg universeel en de fondsen beheren gezamenlijk meer dan 1.500 miljard euro aan vermogen. België hanteert een vergelijkbaar drielagig model, waarbij het wettelijk pensioen via de Rijksdienst voor Pensioenen wordt uitbetaald, aangevuld met sectorale en bedrijfspensioenplannen en individuele levensverzekeringen. Ook in België is de eerste pijler voor werknemers vrijwel volledig gedekt, al staat de houdbaarheid er door vergrijzing eveneens onder druk.

Marokko werkt in principe ook met een gelaagd stelsel, maar de praktijk is fundamenteel anders. De eerste pijler bestaat uit de vier versnipperde fondsen die hierboven zijn beschreven, zonder centrale basispensioenuitkering voor iedereen. Er is geen equivalent van de AOW of het Belgische wettelijk pensioen dat elke inwoner een bodeminkomen garandeert. Wie buiten de formele economie werkt — en dat geldt voor een groot deel van de Marokkaanse beroepsbevolking — bouwt helemaal niets op. Schattingen lopen uiteen, maar naar verwachting heeft minder dan een kwart van de actieve bevolking daadwerkelijk pensioenrechten. Ter vergelijking: in Nederland en België ligt dat percentage boven de negentig procent. Die kloof maakt elke hervorming politiek explosief: aanpassingen raken mensen die geen buffer hebben om op terug te vallen.

Nederland als spiegel

De vergelijking met Nederland dringt zich op. De Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli 2023 in werking trad en pensioenfondsen tot 2028 de tijd geeft om over te stappen, doorliep een soortgelijk traject: jaren van technisch overleg, vakbonden die de voet dwars zetten, werkgevers die wilden versnellen en een kabinet dat probeerde te bemiddelen. De kern van het conflict was vergelijkbaar: wie draagt het risico, de werknemer of het collectief?

In Nederland resulteerde dat in een hybride stelsel waarbij individuele pensioenpotten worden opgebouwd maar risico’s deels collectief gedeeld blijven. Of dat de beste uitkomst was, is nog steeds onderwerp van debat. Maar de hervorming kwam van de grond, mede omdat Nederland beschikte over rijpe pensioenfondsen met buffers en een stevig toezichtskader.

Die luxe heeft Marokko niet. De fondsen hebben minder reserves, de informele economie is groot, en een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking valt buiten elk pensioenstelsel. Elke aanpassing raakt daardoor direct aan de koopkracht van gepensioneerden die al weinig hebben. De manoeuvreerruimte voor politici is navenant kleiner.

Begin juli opnieuw aan tafel

De volgende onderhandelingsronde staat gepland voor begin juli. Technische commissies blijven ondertussen scenario’s doorrekenen. Fettah wil transparantie uitstralen: de overheid heeft financiële data gedeeld met alle betrokken partijen. Maar transparantie over een tekort lost het tekort niet op. De politieke vraag blijft wie inlevert: toekomstige gepensioneerden via hogere bijdragen of een hogere pensioenleeftijd, of huidige gepensioneerden via een bevroren uitkering.

Nederland beantwoordde die vraag na jaren van strijd met een wettelijk kader. Marokko is dat stadium nog niet voorbij. En de klok loopt door.

Het laatste nieuws

Lees ook