Noord-Marokko had al duizenden jaren voor de Feniciërs een bloeiende beschaving
Lang werd aangenomen dat Noordwest-Afrika pas tot bloei kwam toen Fenicische handelaren er zo’n 3.000 jaar geleden voet aan wal zetten. Nieuw archeologisch onderzoek bewijst het tegendeel, blijkt uit een artikel van phys.org. Gemeenschappen in wat nu Marokko is, bouwden al duizenden jaren eerder grote nederzettingen, verbouwden gewassen en onderhielden handelscontacten met volkeren aan de overkant van de zee. Noord-Marokko was geen leeg land dat wachtte op beschaving van buitenaf. Het was een regio met een eigen, rijke geschiedenis.
Wie waren de Feniciërs, en waarom is dit zo belangrijk?
De Feniciërs waren handelaren en zeevaarders uit wat nu Libanon is. Rond 800 voor Christus stichtten zij nederzettingen langs de kusten van de Middellandse Zee, ook in Marokko. Omdat ze schrift meebrachten en veel hebben nagelaten, zijn zij lang beschreven als de brengers van beschaving in de regio.
Maar beschaving begint niet bij de eerste schriftelijke bron. Mensen leefden, bouwden en handelden al lang voordat iemand het opschreef. En precies dat laten recente opgravingen in Noord-Marokko zien.
Een nederzetting groter dan het Troje uit de verhalen
Een van de opvallendste ontdekkingen is Oued Beht, een plek in het noorden van Marokko. Onderzoekers groeven er de resten op van een landbouwgemeenschap die al bestond rond 3800 voor Christus, bijna 5.000 jaar geleden. Dat is meer dan 3.000 jaar vóór de Feniciërs.
De nederzetting was enorm voor die tijd. Ze besloeg zo’n tien hectare, vergelijkbaar met de stad Troje zoals die bekend is uit de Griekse mythologie. De inwoners bewaarden voedseloverschotten in honderden ondergrondse opslagkuilen en hielden vee. Dat zijn geen tekenen van een primitieve samenleving. Dat zijn tekenen van organisatie, planning en samenwerking.
Handel over de Straat van Gibraltar
Maar het stopt niet bij Oued Beht. Aan de overkant van de Straat van Gibraltar, op het Iberisch Schiereiland, zijn vergelijkbare opslagkuilen gevonden. Daarin lagen ook ivoor en stukken struisvogeleischaal die volgens onderzoekers uit Afrika afkomstig zijn. De bewoners van Noord-Marokko handelden dus met volkeren in wat nu Spanje en Portugal is. En dat deden ze al eeuwen voordat de Feniciërs ook maar in de buurt kwamen.
Nog een opvallend bewijs: in de bedding van een rivier in Noord-Marokko is een bronzen zwaard gevonden. Het type zwaard heeft sterke overeenkomsten met zwaarden van de Britse eilanden. Hoe het precies daar is beland, weten onderzoekers niet. Maar het past bij een beeld van een regio die veel verder reikte in haar contacten dan tot nu toe gedacht.
Kach Kouch: de Feniciërs kwamen niet in een leeg land
Dichter bij de Straat van Gibraltar tussen Oued Laou en Targha ligt Kach Kouch, een andere nederzetting in Noord-Marokko. Hier woonden mensen met ronde huizen, opslagfaciliteiten en veeteelt. De nederzetting dateert van tussen 1300 en 900 voor Christus. Dat is vlak vóór, of gelijktijdig met, de komst van de Feniciërs.
Dit is precies het punt. Toen de Feniciërs aankwamen, troffen ze geen lege kust en geen ongeorganiseerde stammen. Ze troffen gemeenschappen aan die al eeuwenlang hun eigen architectuur, landbouw en gewoonten hadden. Van de Feniciërs namen ze wel nieuwe dingen over, zoals wielgedraaid aardewerk en ijzeren gereedschappen. Maar hun eigen manier van leven gaven ze niet op. Ze kozen wat ze wilden overnemen, en lieten de rest los. Dat is geen overname, dat is uitwisseling tussen gelijkwaardige volkeren.
Deel van een groter netwerk
De contacten van Noord-Marokko reikten nog verder terug. Rond 2500 voor Christus waren de bewoners verbonden met de zogenoemde Bell Beaker-cultuur, een wijdverspreid netwerk van gemeenschappen dat liep van Atlantisch Europa tot de westelijke Middellandse Zee. Het netwerk is vernoemd naar kenmerkende klokvormige drinkbekers die overal in dit gebied zijn teruggevonden.
Lang dachten onderzoekers dat lokale bevolkingen dit simpelweg kopieerden van Europese volkeren. Maar in Marokko liggen die Bell Beaker-objecten naast sterk lokale tradities. De bewoners namen niet zomaar alles over. Ze kozen wat bij hen paste, en bleven zichzelf.
Wat dit betekent voor wie wortels heeft in Noord-Marokko
Oued Beht en Kach Kouch liggen in hetzelfde landschap waar later de Amazigh-cultuur zou floreren, en waar nu families wonen die een deel van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap groot hebben gebracht.
De correctie die dit onderzoek aanbrengt, is meer dan een academische noot. Wie te horen heeft gekregen dat zijn voorouders passief beschaving ontvingen van buitenaf, en dan ziet dat de opgravingen precies het tegendeel aantonen, leest daar iets anders in. De mensen die hier leefden, waren geen ontvangers. Ze waren bouwers, handelaren en uitvinders van hun eigen toekomst.
En grote delen van Noord-Marokko zijn archeologisch nog nauwelijks onderzocht. Wat er al is gevonden, suggereert dat er nog veel meer te ontdekken valt.