Van Hari tot Touchassie: twee decennia Koninklijke felicitaties aan Marokko’s kampioenen
Zondagavond in Rotterdam Ahoy. Mohamed Touchassie staat met opgestoken armen in het midden van de ring, de GLORY-gordel lichtzwaargewicht om zijn middel. Hij is 24, geboren en getogen in Den Haag, en op dit moment de jongste lichtzwaargewichtkampioen in de geschiedenis van de organisatie. Maandag is er een ander soort bevestiging: een bericht uit het paleis in Rabat. De Koning noemt hem iemand die de Marokkaanse vlag hoog heeft gehouden, en spreekt zijn waardering uit voor de jonge kampioen.
Voor wie het nieuws die ochtend volgt, is het een mooie voetnoot bij een historische avond. Voor wie de afgelopen twintig jaar heeft meegekeken, is het iets anders: het zoveelste hoofdstuk in een gewoonte die het paleis al twee decennia volhoudt. Telkens als een Marokkaan in de diaspora via sport of een andere internationale prestatie het nieuws bereikt, volgt er een bericht, soms een uitnodiging. Touchassie is niet de eerste. Hij is, op dit moment, de laatste in een rij die teruggaat tot ver voor zijn geboorte.
Rabat, 2009: een jonge Hari wordt kampioen
Terug naar 2009. Badr Hari, geboren in Amsterdam, is op dat moment zwaargewichtkampioen van de wereld en de bekendste Marokkaanse kickbokser die Nederland ooit heeft voortgebracht. Hij wordt in Rabat ontvangen en door de koning officieel geëerd, op het hoogtepunt van een carrière die hem van de sportschool in Amsterdam naar de grootste arena’s van de wereld heeft gebracht.
Hari zelf heeft er later, jaren na zijn glorietijd, op teruggekeken. Het vechten onder de Marokkaanse vlag voelde voor hem als een mix van trots en verantwoordelijkheid, een last die hij jarenlang met zich meedroeg. Niet alleen in Marokko groeide hij uit tot icoon, ook in de Marokkaanse gemeenschappen in heel Europa herkenden mensen zich in zijn verhaal: een jongen uit Amsterdam die het won van de wereld, en daarvoor erkenning kreeg van het hoogste gezag van het land waar zijn ouders vandaan kwamen.
Negen jaar later. In de Arnhemse GelreDome winnen Zakaria Zouggary en Mohammed Jaraya, beiden met Nederlandse wortels, hun gevechten bij GLORY. Binnen dagen volgt het bericht uit het paleis: de koning feliciteert beide vechters tegelijk.
Doha, 2022: een heel elftal uit de diaspora
Geen enkel moment laat de band tussen het paleis en de diaspora zo zien als de winter van 2022. Het Marokkaanse elftal op het WK in Qatar bestaat voor een groot deel uit spelers die zijn geboren en opgegroeid in Europa: Achraf Hakimi in Madrid, Hakim Ziyech in Dronten, Noussair Mazraoui en Sofyan Amrabat in Nederland, Romain Saïss en anderen verspreid over Frankrijk en België. Samen schrijven ze geschiedenis: na zeges op België, Spanje en Portugal bereiken de Atlasleeuwen als eerste Afrikaans en Arabisch land ooit een WK-halve finale.
Nog tijdens het toernooi stuurt de koning een boodschap aan de spelers waarin hij schrijft met grote vreugde en blijdschap hun schitterende prestaties te hebben gevolgd, en spreekt hij van de eerste en meest klinkende prestatie in zijn soort van het Marokkaanse, Arabische en Afrikaanse voetbal. Wanneer de selectie na het toernooi terugkeert naar Rabat-Salé, staat er een triomfantelijke ontvangst klaar. Voor spelers als Hakimi en Ziyech, die hun hele jeugd in respectievelijk Spanje en Nederland doorbrachten en nooit voor het Europese land van hun jeugd hebben gekozen, is het de ultieme bevestiging: het paleis ziet hen niet als import, maar als de kern van wat Marokko op dat moment het beste laat zien.
Parijs, 2024: de bredere lijn
In de zomer van 2024, op de Olympische Spelen in Parijs, wint Soufiane El Bakkali voor de tweede keer op rij olympisch goud op de 3.000 meter steeplechase. Nog diezelfde avond stuurt de koning een bericht waarin hij El Bakkali’s patriottisme, wilskracht en volharding prijst, met de wens dat zijn succes een voorbeeld zou zijn voor de volgende generatie Marokkaanse sporters.
Ook bij ploegprestaties zien we hetzelfde ritueel. Na het Afrika Cup-succes van de Atlasleeuwinnen looft de koning hun strijdlust en hun band met het nationale shirt. Bij het Marokkaanse U23-elftal gaat het verder dan een bericht: de koning probeert via de bondsvoorzitter persoonlijk de coach te bereiken om het team toe te spreken. Coach Charaï vertelt er later over: zijn telefoon was na de wedstrijd zo overbelast dat hij de pogingen van de koning om door te bellen niet eens had opgemerkt in het feestgedruis.
Terug naar Rotterdam
Zo bezien is het bericht dat Touchassie zondagochtend ontving geen verrassing. Voor Touchassie betekent dat bericht meer dan een felicitatie na een gewonnen gevecht. Het is de bevestiging dat een jongen uit Den Haag, net als de Amsterdammer voor hem, voor het paleis nog altijd evengoed Marokko vertegenwoordigt als wie er in Casablanca of Rabat is geboren.