Tanger’s succes rust op 33 jaar Europese uitbuiting: nieuw boek onthult de pijnlijke waarheid

Tanger’s succes rust op 33 jaar Europese uitbuiting: nieuw boek onthult de pijnlijke waarheid

Een nieuw academisch boek over Tanger trekt een directe lijn van de koloniale plundering van de stad naar het huidige economische succes. Auteur Nabil Touihri, onderzoeker aan het Regionaal Centrum voor Onderwijs en Opleiding (CRMEF) in Fes-Meknes, publiceert zijn bevindingen over 33 jaar economische buitenlandse controle over de stad. Hespress schrijft hier een interessant stuk over. Het boek heet Tanger: Economie en Samenleving onder het Internationale Regime 1923-1956.

De these: wat vandaag als Tangers economisch wonder wordt gepresenteerd, is niet vanzelf gekomen. Het is het resultaat van een lang herstelproces na decennia waarin de stad systematisch werd leeggetrokken.

‘Tuin van de Franken’

Vanaf het midden van de negentiende eeuw groeide Tanger uit tot magneet voor Europese handelaren en kolonisten. De stad kreeg zelfs een bijnaam: Jnina al-Faranj, de Tuin van de Franken. Maar de kosmopolitische glans die later door reizigers en oriëntalistische literatuur zo romantisch werd beschreven, dekte een harde realiteit toe.

In december 1923 werd Tanger via een internationaal akkoord officieel omgevormd tot een internationaal bestuurde zone. Niet Marokko, maar een consortium van Europese mogendheden bepaalde wat er in de stad gebeurde. Dat bleef zo tot de onafhankelijkheid in 1956: drieëndertig jaar lang bestuurd als gedeelde kolonie, op afstand en in het belang van wie de touwtjes in handen had.

Havens en spoorlijnen voor Europees kapitaal

Touihri graaft in nationale en buitenlandse archieven naar wat er economisch werkelijk speelde. Zijn conclusie: de strategie van de kolonisten was nooit gericht op stadsontwikkeling. De havens en spoorverbindingen die werden aangelegd, dienden om grondstoffen en kapitaal efficiënter naar buiten te sluizen. Douaneprivileges en belastingvrijstellingen gingen naar Europese bedrijven. De Marokkaanse arbeidsbevolking leverde de arbeid, voor de laagst mogelijke lonen.

Wetten en reglementen werden niet gemaakt met de stad in gedachten, maar met de belangen van wie extern profiteerde. Tanger functioneerde als financieel laboratorium voor buitenlands kapitaal, niet als stad voor haar eigen bewoners.

De brand bij het vertrek

Wat Touihri apart benoemt, en wat het boek onderscheidt van eerdere historische studies over de periode, is wat er bij de onafhankelijkheid in 1956 gebeurde. Toen de internationale administratie vertrok, stortte de economie in. Buitenlands kapitaal en goud verdwenen naar buiten. Grote bedrijven gingen failliet. De havenactiviteit viel bijna stil. Het leek op een bewuste strategie van verschroeide aarde: neem mee wat je kunt, laat de rest branden.

Het jonge Marokko stond voor een acute crisis in de stad die officieel eindelijk van het land zelf was. De staat moest ingrijpen om Tanger te redden, te herstructureren en te integreren in de nationale economie, na decennia van opzettelijke isolatie.

Wat Tanger-Med wél verklaart

Die historische achtergrond geeft een andere lading aan de skyline die veel diaspora-bezoekers vandaag kennen: de containerterminals van Tanger-Med, de TGV die de stad verbindt met Casablanca, de industriezones die multinationals aantrekken. Touihri ziet daarin het eindpunt van een lange en moeilijke historie.

De stad die decennialang als extern financieel instrument diende, is van de grond af aan opgebouwd tot een eigen economische motor. Het vereiste een bewust beleid om een stad die structureel was ontworpen voor uitbuiting, te herontwikkelen voor opbouw. En met succes. Want wie deze zomer over de boulevard van Tanger loopt zien een bloeiende metropool.

Het laatste nieuws

Lees ook