Darija: iedereen spreekt het, niemand erkent het
De taal die meer dan 90 procent van de Marokkanen dagelijks spreekt, is in rechtbanken, schoolboeken en officiële documenten nog altijd persona non grata, schrijft TelQuel in een uitgebreid stuk over de vastgelopen status van Darija.
De taal van de straat, niet van de staat
Wie in Marokko een rechtbank binnenstapt, spreekt Fusha. Of Frans. Een rechter in Casablanca onderbrak ooit een vrouw die in Darija begon te getuigen en zei haar dat ze hier geen loughat douar moest spreken, de taal van het dorp. Het voorval, gedocumenteerd door linguïst Fatima Zahra Lamrani, dateert uit 2002. Sindsdien is er in de rechtszaal weinig veranderd.
Buiten de rechtbank is het beeld anders. Turkse en Mexicaanse series worden inmiddels in Darija nagesynchroniseerd, niet meer in standaard Arabisch, en scoren daarmee hogere kijkcijfers. Tijdens de coronapandemie communiceerde het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn campagnes in Darija. Het Marokkaans Nationaal Bureau voor Toerisme, de ONMT, lanceerde een campagne voor binnenlands toerisme volledig in Darija, met slogans als Aji tektachef en Aji tmender. De Economische, Sociale en Milieuadviesraad, de CESE, deed hetzelfde met zijn burgercampagne Aji N’dakrou.
De taal werkt als communicatiemiddel. Ze werkt alleen niet als je rechten wilt uitoefenen.
Een debat dat vastzit
In 2013 organiseerde de Zakoura Foundation, opgericht door reclameman Noureddine Ayouch, een symposium met als kernvoorstel: Darija als instructietaal in het kleuteronderwijs. De PJD en de Istiqlal-partij keerden zich er openlijk tegen. Toenmalig premier Abdelilah Benkirane noemde het een rode lijn die niet mocht worden overschreden.
Vijf jaar later, in 2018, verschenen woorden als baghrir en balgha in een schoolboek voor de tweede klas basisonderwijs. De Nationale Coalitie voor de Verdediging van de Arabische Taal eiste uitleg van de minister. Toenmalig premier Saâd-Eddine El Othmani, destijds ook secretaris-generaal van de PJD, verklaarde via het officiële persbureau MAP dat uitdrukkingen in Darija in schoolboeken niet getolereerd konden worden.
Het weekblad Nichane, in 2006 gelanceerd door schrijver en theatermaker Driss Ksikes, liet zien dat lezers er anders over dachten. Het blad publiceerde in Darija en groeide snel uit tot een van de bestverkochte Arabischtalige weekbladen van Marokko, met een oplage van meer dan 20.000 exemplaren per week. In zijn kielzog ontstonden Darija-nieuwssites, web-tv-platforms en online magazines.
Geen taal zonder instituut
Khalil Mgharfaoui, co-auteur van het Woordenboek van het Darija, stelt dat de oplossing voor de hand ligt: doe voor Darija wat voor elke andere taal is gedaan. Standaardiseer het. Stel een woordenboek samen, schrijf een grammatica. “Dit hoeft niet uitgevonden te worden; het bestaat al. Elke functionerende taal volgt al bepaalde regels. Grammatici schrijven geen regels; ze leiden ze af uit een taal die al in gebruik is,” zegt Mgharfaoui in TelQuel.
Het werk is al deels gedaan. Het achtdelige woordenboek van Georges Colin, begonnen in 1921, had volumes 4 tot en met 8 die in 1993 onder leiding van Zakia Iraqui Sinaceur werden gepubliceerd. Er lopen theses, er zijn individuele en collectieve initiatieven, er wordt onderzocht welk schrift het meest geschikt is: Arabisch, Latijns of een hybride systeem. Maar zonder institutionele ruggengraat blijft het een verzameling losse informatie, aldus Mgharfaoui. Hij pleit voor een equivalent van het IRCAM, het Koninklijk Instituut voor de Amazigh-Cultuur, maar dan voor Darija.
Schrijver Fouad Laroui, auteur van The Moroccan Language Drama uit 2011 (gepubliceerd door Le Fennec) en lid van de Bijzondere Commissie voor het Ontwikkelingsmodel, de CSMD, is nuchter over de tijdlijn. Constitutionele erkenning van Darija naast Arabisch en Tamazight? “Dat gaat niet snel gebeuren. Het zal er komen, als het er al ooit van komt, maar pas over enkele decennia.” Wat nu kan, zegt Laroui, is de taal blijven gebruiken in elk mogelijk forum, haar vocabulaire verrijken, en zorgen dat schrijvers een substantieel literair oeuvre in Darija opbouwen.
Wat ontbreekt
Driss Ksikes, nu directeur van het onderzoekscentrum Economia aan de HEM-hogeschool en lid van de CSMD, formuleert het kernprobleem precies: “We blijven taal zien als een sociaal statussymbool en als een teken van autoriteit. We zijn er nog niet in geslaagd die twee vooroordelen los te laten om horizontale communicatie mogelijk te maken.”
De Bijzondere Commissie voor het Ontwikkelingsmodel schreef in een thematisch paper over cultuur als publieke dienst dat meer openheid voor Darija op televisie de cultuurproductie toegankelijker, participatiever en diverser zou maken. Het rapport werd gepubliceerd. Het debat gaat door.