Marokkaanse vrouw in Den Bosch verzwijgt appartement in Nador en moet 162.000 euro bijstand terugbetalen

Marokkaanse vrouw in Den Bosch verzwijgt appartement in Nador en moet 162.000 euro bijstand terugbetalen

Een vrouw uit ‘s-Hertogenbosch moet 162.324,21 euro aan bijstand terugbetalen. Niet omdat de rechtbank kon vaststellen dat ze te veel vermogen had. Maar omdat ze twaalf jaar lang geen opening van zaken gaf over een bankrekening en een appartement in Marokko, waardoor niemand meer kon nagaan of ze eigenlijk wel recht had op de uitkering.

De uitspraak: rechtbank Oost-Brabant, 24 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5204.

Hoe het begon

Op 7 mei 2024 kreeg de gemeente ‘s-Hertogenbosch een melding: de vrouw zou zwart werken, een huis in Marokko hebben en een partner hebben. Voor de gemeente reden om de sociale recherche in te schakelen.

De melder vulde later aan, per e-mail: de vrouw zou 37.000 en 30.000 euro hebben betaald voor een appartement in Nador. Er zou een rechtszaak in Marokko zijn geweest over de eigendom, waarna het pand eerst op naam van haar zus kwam te staan en later, in mei 2024, op naam van haar dochter.

Wat de vrouw wél en niet vertelde

Op 22 oktober 2024 verklaarde de vrouw tegenover de sociaal rechercheur dat ze sinds 2014 of 2015 een Marokkaanse bankrekening heeft, bedoeld als verzekering voor het overbrengen van haar lichaam naar Marokko als zij of haar kinderen komen te overlijden. Een appartement zei ze niet te hebben.

Uit het dossier bleek iets anders. De rekening bij Bank Populaire (Chaabi Bank) was al op 1 juli 2013 geopend, dus vóórdat ze bijstand aanvroeg. En volgens processen-verbaal van de Marokkaanse politie, gebaseerd op verklaringen van de vrouw zelf, haar zus en de verkoper, kocht ze in 2017 wél degelijk een appartement in Nador, betaald vanaf haar Marokkaanse rekening. Stempels in haar paspoort bevestigden dat ze op de datum van de aangifte in Marokko was.

Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF), dat voor gemeenten onderzoek in het buitenland coördineert, liet de Marokkaanse documenten beoordelen door de attaché Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Rabat. Die achtte ze authentiek, met de kanttekening dat alleen de uitgevende instanties zelf de inhoud kunnen garanderen.

Waarom “ik ben geen eigenaar” haar niet hielp

Hier zit de kern van de zaak, en die is subtieler dan “ze had stiekem een appartement dus moet ze terugbetalen”.

De rechtbank stelt niet vast dat de vrouw eigenaar was van de woning en daarom over te veel vermogen beschikte. De rechtbank stelt vast dat ze haar inlichtingenplicht schond: ze meldde de bankrekening nooit uit zichzelf, ontkende het appartement toen ernaar werd gevraagd, en leverde nooit de bankafschriften over de periode 2013–2019 aan, ondanks herhaalde verzoeken. Een verklaring van haar Marokkaanse advocaat werd niet als vervanging geaccepteerd, simpelweg omdat dat geen bankverklaring is en nergens door onderbouwd werd.

Het gevolg: het college kon niet vaststellen of, en zo ja in welke mate, ze in die twaalf jaar recht had op bijstand. Dat is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep genoeg voor intrekking, ook zonder dat de exacte omvang van iemands vermogen wordt vastgesteld. De rechtbank overweegt zelfs expliciet dat het niet uitmaakt of de bekende bijschrijvingen onder de vermogensgrens bleven, omdat juist de periode van vóór 2019 nooit gecontroleerd kon worden.

De term “economisch eigenaar” komt in de uitspraak precies één keer voor: in het rapport van de sociaal rechercheur, die concludeert dat de constructie met eerst de zus en later de dochter als schijnconstructie moet worden gezien. De rechtbank citeert dat, maar bouwt haar eigen oordeel niet op die kwalificatie. Ze bouwt het op het feit dat de vrouw, door te zwijgen en documenten niet te leveren, zelf onmogelijk maakte om haar recht op bijstand te beoordelen.

De rekening

Voor de zittingsrechter woog de bankrekening zwaar als zelfstandig probleem, los van het appartement. Zonder de afschriften van vóór 2019 kon het college niet beoordelen wat er destijds op de rekening omging. Dat de vrouw stelt dat het totaalbedrag aan latere bijschrijvingen onder de vermogensgrens bleef, deed daar niets aan af: die informatie zegt niets over de jaren waarover geen enkel bewijs beschikbaar kwam.

De uitkomst

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het recht op bijstand is ingetrokken over de periode 24 december 2013 tot en met 1 december 2024. Teruggevorderd wordt over de periode 24 december 2013 tot en met 30 september 2024, goed voor 162.324,21 euro. Vanaf 1 oktober 2024 stond de uitbetaling al geblokkeerd, dus die maanden hoeven niet apart te worden teruggevorderd.

De rechtbank zag geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De vrouw voerde aan dat ze psychisch en lichamelijk ten einde raad was, maar volgens de rechtbank had ze niet aannemelijk gemaakt dat de terugvordering tot ernstige financiële problemen zou leiden, mede omdat ze bij de invordering bescherming geniet van de beslagvrije voet en de gemeente een kwijtscheldingsregeling kent.

Hoger beroep staat open bij de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in sociale zekerheidszaken.

Waarom dit meer is dan een detail

Voor wie familie of eigendom in Marokko heeft en bijstand ontvangt, zit de les niet in “verberg geen appartement”. Die les kende iedereen al. De zaak laat iets specifiekers zien: als je gevraagde informatie niet compleet aanlevert, wordt niet alleen het onduidelijke deel afgewezen. De hele periode waarover onduidelijkheid bestaat, kan worden teruggevorderd, ook als een deel van je situatie wel degelijk in orde was. De bewijslast om aan te tonen dat je ondanks het gat in de informatie toch recht had op bijstand, ligt dan bij jou.

Het laatste nieuws

Lees ook