IND trekt verblijfsvergunning Marokkaanse man in na DNA-test, rechter oordeelt tegen IND

IND trekt verblijfsvergunning Marokkaanse man in na DNA-test, rechter oordeelt tegen IND

Een Marokkaanse man verloor zijn verblijfsvergunning nadat een DNA-test uitwees dat hij niet de biologische vader is van het kind op wie hij zijn verblijfsrecht had gebaseerd. Zijn aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen wees de IND vervolgens af: door de terugwerkende intrekking had hij op papier geen vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf meer. De rechtbank Den Haag vernietigde dat besluit en verplicht de IND het dossier opnieuw te beoordelen.

Van relatie naar gezinsleven, naar niets

De man kreeg zijn eerste verblijfsvergunning in november 2016, op basis van een relatie met een vrouw. Toen die relatie eindigde, bleef zijn verblijfsrecht overeind staan, ditmaal gegrond op zijn gezinsleven met een dochter die in 2017 werd geboren. Grondslag was artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. In het Nederlandse vreemdelingenrecht geldt dat artikel vaker als verblijfsbasis bij minderjarige kinderen, ook zonder biologische band, zolang er sprake is van een feitelijke gezinsband.

Die basis viel weg na een vaststellingsonderzoek naar afstamming. De IND trok zijn verblijfsvergunning in januari 2024 met terugwerkende kracht in, ingaande 20 oktober 2023. De man ging niet in beroep tegen dat intrekkingsbesluit, waardoor het onherroepelijk werd. Juridisch lag zijn verblijf over die periode daarmee vast als niet-rechtmatig, ook al had hij op dat moment feitelijk gewoon in Nederland gewoond.

De aanvraag voor langdurig verblijf strandt op een berekening

Rond dezelfde tijd liep er een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Die status vereist volgens de IND dat een aanvrager direct voorafgaand aan de aanvraag minimaal vijf jaar onafgebroken en rechtmatig in de Europese Unie heeft verbleven. Door de terugwerkende intrekking ontstond volgens de dienst een gat in die termijn, en wees de IND de aanvraag af.

De man stapte naar de rechter. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de IND onvoldoende had gemotiveerd waarom de dienst de regels voor het berekenen van de verblijfsduur op deze manier toepaste, en evenmin waarom de bestuurspraktijk voor vergelijkbare zaken was gewijzigd. De rechtbank vernietigde het afwijzingsbesluit en droeg de IND op een nieuw besluit te nemen.

Geen verblijfsvergunning, wel een nieuwe kans

De uitspraak geeft de man geen EU-status. De IND moet zijn aanvraag opnieuw beoordelen, met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank over hoe de verblijfsduur wordt berekend bij een terugwerkende intrekking. Een nieuwe beslissing is nog niet bekend.

Het laatste nieuws

Lees ook