Marokko zakt naar plek 83 op internationale onderwijstest
Marokko staat op plaats 83 van de 91 landen die meededen aan de nieuwste PISA-test, de driejaarlijkse meting waarmee de OESO vergelijkt wat vijftienjarigen kunnen op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschappen. De resultaten verschenen dinsdag. Bijna driekwart van de Marokkaanse deelnemers haalde het basisniveau wetenschappen niet.
Het is de derde keer op rij dat Marokko zakt sinds het land in 2018 voor het eerst meedeed.
Alle drie de vakken achteruit
Op alle drie de onderdelen ligt de score lager dan drie jaar geleden. Lezen ging het hardst achteruit, wiskunde en wetenschappen volgen. De scores blijven ver onder wat in de meeste deelnemende landen normaal is.
Het topniveau wordt vrijwel niet gehaald. In Marokko gaat het om ongeveer één op de duizend leerlingen, in de OESO-landen om ruim één op de tien, meldt Lakome2. Marokko staat nu onderaan de lijst, samen met Kenia en Rwanda, dat dit jaar voor het eerst meedeed en als laatste eindigde.
Meisjes doen het beter dan jongens
Marokkaanse meisjes scoren op alle drie de vakken hoger dan jongens. Dat is wereldwijd een uitzondering. Het verschil is het grootst bij lezen, maar ook bij wiskunde staan de meisjes voor, terwijl jongens in OESO-landen daar gemiddeld een flink stuk hoger uitkomen.
Te weinig materiaal, te weinig leraren
Ongeveer één op de acht Marokkaanse leerlingen zit op een school die genoeg lesmateriaal heeft. In OESO-landen is dat bijna de helft. Twee derde van de leerlingen zit op een school met een lerarentekort.
Spijbelen is een tweede probleem. Ongeveer een derde van de Marokkaanse leerlingen zegt regelmatig aanwezig te zijn, tegenover twee derde internationaal.
Wat er wel goed gaat
Twee dingen springen er positief uit. Marokko telt relatief veel leerlingen die goed presteren ondanks een moeilijke thuissituatie: zestien procent, tegen twaalf procent internationaal. En de invloed van sociaaleconomische achtergrond op de scores is er iets kleiner dan gemiddeld in de OESO.
Leerlingen zeggen ook meer steun van hun leraren te krijgen dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. De steun die ze thuis ervaren ligt juist duidelijk lager dan het internationale gemiddelde.
Telefoon eruit, computer niet erin
Ruim acht op de tien Marokkaanse scholen verbieden mobiele telefoons. In OESO-landen doet ongeveer de helft dat. Digitale technologie om het onderwijs zelf te verbeteren wordt op diezelfde scholen nauwelijks ingezet, veel minder dan internationaal gebruikelijk is.
Kunstmatige intelligentie is intussen wel gemeengoed onder leerlingen. Bijna de helft gebruikt AI minstens wekelijks om te leren. Van hen kan ongeveer de helft goed inschatten of de informatie die eruit komt klopt, tegenover zes op de tien internationaal.
De OESO ziet in de cijfers dat leerlingen die AI met mate en onder begeleiding gebruiken beter scoren op wetenschappen. Wie het dagelijks overmatig gebruikt of een chatbot het werk helemaal laat doen, presteert juist slechter.
De politieke rekening
TelQuel legt de aanhoudende daling in zijn analyse bij twee bewindslieden: onderwijsminister Mohamed Saad Berrada en zijn voorganger Chakib Benmoussa. Het ministerie voert al enkele jaren een hervormingsprogramma uit, met meertalig onderwijs en digitalisering als speerpunten. In deze cijfers is daar nog niets van terug te zien.
De OESO adviseert meer te investeren in leraren, middelen eerlijker te verdelen tussen scholen en AI gericht in te zetten in plaats van als vervanging van lesstof. De volgende PISA-ronde is in 2028.