Spaanse minister: geen bewijs dat Marokko Ceuta-instroom stuurde
Félix Bolaños, de Spaanse minister van Presidentschap, Justitie en Betrekkingen met het Parlement, verklaarde donderdag voor de gemengde commissie voor nationale veiligheid dat er geen bewijs bestaat dat Marokko de massale grensoversteek naar Ceuta op 30 en 31 juli heeft geleid of aangestuurd. Daarmee wees hij beschuldigingen van oppositiepartijen Partido Popular en Vox van de hand, die Marokko impliciet verantwoordelijk hadden gehouden voor de instroom, aldus Spaanse media. Diezelfde dag werd bekendgemaakt dat premier Pedro Sánchez op 3 september voor het parlement moet verschijnen, eerder dan de aanvankelijk voorgestelde datum van 9 september.
“Ze hebben een cursus diplomatie nodig”
Bolaños richtte zich rechtstreeks tot de oppositieleden: “Er is geen enkel bewijs dat Marokko de massale grensoversteek heeft geleid of aangewakkerd.” Hij verweet politici het verspreiden van “leugens” en “verdachtmakingen” zonder bewijs, en sprak van “gebrek aan respect” voor een land waarmee Spanje samenwerkt en goede nabuurschapsrelaties onderhoudt. Zijn uitspraak dat critici “een intensieve cursus in de basisbeginselen van diplomatie” nodig hebben, werd door meerdere Marokkaanse media geciteerd. Hij voegde eraan toe dat Spanje en Marokko in hun bilaterale contacten nooit de kwestie van de soevereiniteit over Ceuta en Melilla hebben aangeroerd.
Cijfers blijven omstreden
Over de omvang van de instroom was Bolaños stellig: de Spaanse regering beschikte niet over voorafgaande of nauwkeurige informatie over de schaal van de gebeurtenis. Persbureau AP meldde dat volgens lokale Spaanse autoriteiten ongeveer 60.000 mensen op 30 en 31 juli Ceuta binnenkwamen, gelijk aan zeventig procent van de reguliere bevolking van de stad. Persbureau Xinhua sprak van circa 80.000 mensen die de grens overstaken, van wie velen zwemmend langs de havendam bij Tarajal. Ruim twee weken later resteerden volgens het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken nog ongeveer 5.000 migranten in de enclave. Bolaños erkende dat rapporten over nationale veiligheid al jaren wijzen op risico’s van migratiegolven in Ceuta en Melilla, maar dat geen enkel eerder scenario deze omvang had.
Terugkeer en gezinshereniging
Over minderjarige migranten zei Bolaños dat Marokko, zowel publiekelijk als via diplomatieke kanalen, bereidheid heeft getoond mee te werken aan terugkeeroperaties en gezinshereniging. Dergelijke procedures zijn complex en onderworpen aan de wettelijke waarborgen die de Spaanse wet biedt ter bescherming van minderjarigen, benadrukte hij. De afhandeling van terugkeer, gezinshereniging en asielaanvragen bestempelde de minister als prioriteit, met respect voor de rechten van betrokkenen in elke fase.
Vergelijking met Italië en Griekenland
Bolaños verdedigde het bredere Spaanse migratiebeleid en stelde dat Spanje betere resultaten boekt bij het beheersen van irreguliere migratie dan andere Europese landen met buitengrenzen, zoals Italië en Griekenland, dankzij samenwerking met landen van herkomst en doorreis, waaronder Marokko, Mauritanië, Senegal, Mali en Algerije. Hij waarschuwde tegen het koppelen van de migratiecrisis aan racistische of vreemdelingenvijandige retoriek, en noemde de situatie in Ceuta een “laboratorium” voor haatpraat die volgens hem niets bijdraagt aan een oplossing.
Op 3 september verschijnt Sánchez voor het parlement, na parlementaire druk om de zitting te vervroegen. Die zitting moet onder meer duidelijkheid geven over het slachtofferaantal, de situatie van minderjarige migranten en de informatie waarover de Spaanse autoriteiten voorafgaand aan de crisis beschikten.