Marokko als gaspoort naar Europa: $25 miljard pijpleiding krijgt groen licht
West-Afrikaanse staatshoofden hebben zondag in Freetown de Nigeria-Marokko Atlantische Gaspijpleiding formeel ondertekend. Het project van 25 miljard dollar moet Nigeriaans gas via de Atlantische kust naar Marokko brengen, en van daaruit via Spanje naar Europa. De ceremonie, waarbij Julius Maada Bio, president van Sierra Leone en huidig voorzitter van ECOWAS, de toon zette met de woorden: “Wees niet verrast als het gas jouw kant op komt.” Voor Marokko is de betekenis groter dan infrastructuur alleen: het land wordt formeel de energiebrug tussen Afrika en Europa.
Marokko als eindpunt én doorvoerland
De pijpleiding is 6.000 kilometer lang en loopt langs de kusten van 14 Afrikaanse landen. Nigeria levert het gas, maar Marokko is het schakelstation: hier sluit de leiding aan op het bestaande Europese gasnetwerk via Spanje. Het Nigeriaanse staatsoliebedrijf en Marokko’s nationale mijnbouwbedrijf trekken het project samen.
Dat is geen bijrol. Marokko positioneert zich al jaren als energiehub tussen Afrika en Europa, mede via zijn hernieuwbare energieprojecten. Dit akkoord past in diezelfde logica, maar vergroot de schaal aanzienlijk. Als de pijpleiding operationeel is, kan er jaarlijks 30 miljard kubieke meter gas doorheen stromen, bestemd voor naar schatting 400 miljoen consumenten.
Wat er nu écht is ondertekend
Het akkoord dat in Freetown is getekend, is geen bouwcontract. Het legt het juridische en bestuurlijke raamwerk vast: wie is verantwoordelijk voor welk segment, hoe wordt toezicht georganiseerd, hoe worden geschillen beslecht. Dat klinkt minder spectaculair dan de foto’s van ondertekende verdragen suggereren, maar het is de laatste grote politieke drempel voor financiering en constructiebeslissingen.
Haalbaarheidsstudies zijn afgerond, evenals de zogenoemde FEED-studies (Front-End Engineering Design), de technische voorbereiding die voorafgaat aan daadwerkelijke bouw. De bouw zelf begint naar verwachting niet eerder dan 2028, en verloopt gefaseerd. Nigeria, het land dat het gas levert, is als laatste aan de beurt. De planning start bij het noordelijke segment, de as Marokko-Mauritanië-Senegal, daarna het Ghana-Ivoorkust-segment, en pas dan de aansluiting op Nigeria.
Energiedeskundige Charles Majomi, voormalig adviseur van de Nigeriaanse regering, verklaarde aan BBC Focus on Africa waarom die volgorde logisch is: “Het plan is het project per segment te financieren, beginnend met de Marokko-Mauritanië-Senegal-as, dan Ghana-Ivoorkust, en de laatste verbinding naar Nigeria, dat dan het gas levert.”
De bredere inzet: Afrikaans gas voor Afrikaanse industrieën
Het project heeft ook een binnenlandse component die buiten de energiepolitiek-bubbel zelden wordt benoemd. De landen langs de route, nu vaak afhankelijk van dure geïmporteerde brandstof, kunnen gas afnemen voor stroomopwekking, kunstmestfabrieken en petrochemische industrie. Dat model staat haaks op de huidige praktijk, waarbij gas in Afrika wordt gewonnen, elders verwerkt en vervolgens tegen drie- of viervoudige prijs teruggekocht.
“Dat moet stoppen, want het is een volledige devaluatie van het grondstof dat op plaatsen als Nigeria zo rijkelijk aanwezig is,” zei Majomi.
Wat er nog mis kan gaan
De politieke handtekeningen staan, maar de obstakels zijn reëel. Financiering van 25 miljard dollar voor een offshore pijpleiding over 14 landen is geen vanzelfsprekendheid, en inflatie kan die raming verder opschroeven. Alle 13 deelnemende landen, plus het betwiste gebied Westelijke Sahara, moeten de infrastructuur langs hun kust actief beschermen.
Majomi wees erop dat landen die hun afnameverplichtingen niet nakomen daarmee ook hun veiligheidsrol ondermijnen: “Of een land al dan niet in gebreke blijft bij zijn afnameverplichtingen, hangt af van hun vermogen om beveiliging te organiseren en lokale gemeenschappen te betrekken bij de verdediging van deze lange, lange gaspijpleidingen.”
Daar bovenop staat de vraag of Europa over tien jaar nog evenveel gas nodig heeft als nu. De energietransitie versnelt, en dat maakt Europese vraagprognoses onzeker. Tegelijkertijd concurreert de pijpleiding met vloeibaar aardgas-projecten en de Trans-Saharapijpleiding via Niger en Algerije.
Papier is nu werkelijkheid geworden. Wat Marokko de komende jaren moet laten zien, is hoe het die rol als energieknooppunt concreet invult.