Hek weg bij Gibraltar, roep om hetzelfde bij Melilla-Nador
Op 15 juli verdween na meer dan driehonderd jaar het grenshek tussen Spanje en Gibraltar. De maatregel volgde op een historisch verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Sindsdien klinkt in Melilla, de Spaanse enclave aan de Marokkaanse noordkust, een steeds luidere vraag: waarom hier niet?
Volgens Spaanse regionale media riepen zowel de partij Melilla Nueva als de Islamitische Gemeenschapsraad van Melilla op tot een vergelijkbare stap aan de grens met Marokko. Ze willen het fysieke hek afbreken en de grenscontroles verplaatsen naar zee- en luchthaventerminals, ondersteund door technologie en politiesamenwerking tussen Spanje en Marokko.
Gibraltar als blauwdruk
Het precedent is concreet. Na jaren van post-Brexit onderhandelen tussen Madrid, Londen en Brussel verdween op 15 juli het hek dat Gibraltar al meer dan drie eeuwen van Spanje scheidde. Dagelijks steken ongeveer 15.500 Spaanse arbeiders de grens over naar het Britse territorium. Onder het nieuwe verdrag reizen zij voortaan zonder paspoortcontrole, alleen met hun verblijfskaart. Grenscontroles zijn verplaatst naar de luchthaven en haven van Gibraltar, waar Britse en Spaanse functionarissen gezamenlijk werken.
Die nieuwe dageraad willen ze ook in Melilla. De situatie is voor iedereen met familie in Nador of de bredere Rif-regio herkenbaar: lange rijen bij de grensovergang, willekeurige vertragingen, frustraties aan beide kanten van het hek.
Wachtrijen als economisch probleem
De Islamitische Gemeenschapsraad van Melilla formuleert het in economische termen. ‘De lange wachttijden treffen arbeiders, studenten en ondernemers’, aldus de raad, geciteerd in de Spaanse regionale krant Diario Área. De organisatie spreekt van een ‘grote economische en humanitaire kostprijs die de ontwikkeling van beide regio’s beperkt’.
Dat is geen retoriek. De grensovergang bij Beni Enzar, tussen Melilla en Nador, is een economische slagader voor de regio. Aan Marokkaanse kant leven tienduizenden mensen van de grenshandel en het pendelen naar de enclave. Elke vertraging telt.
De raad stelt voor een gezamenlijke werkgroep op te richten met specialisten uit Spanje, Marokko en de EU, die ‘alternatieven onderzoekt voor een flexibelere en efficiëntere grensbeheer, met behoud van veiligheids- en controlebevoegdheden, en zonder de juridische of politieke status van Melilla en Ceuta aan te tasten’.
Samenwerking als politiek argument
Melilla Nueva gaat een stap verder. De partij spreekt openlijk over de hoop dat Melilla ‘op korte termijn een situatie krijgt vergelijkbaar met wat er bij Gibraltar is gebeurd’, met gezamenlijke projecten, wederzijdse investeringen en een nieuwe fase van institutionele samenwerking.
Beide organisaties benadrukken dat meer samenwerking met Marokko geen kwestie van soevereiniteit is. ‘Het streven naar meer samenwerking met Marokko betekent niet het opgeven van soevereiniteit of politieke standpunten van welke partij dan ook’, aldus Melilla Nueva.
Dat is politiek slim geformuleerd. De gevoeligheid rondom Melilla en Ceuta, de twee Spaanse enclaves op Marokkaans grondgebied, maakt elk debat over de grensstatus beladen. Door de focus te leggen op economische samenwerking en technologische grensbewaking, proberen de voorstanders het gesprek weg te houden van de vraag die altijd op de achtergrond hangt: van wie is dit stuk grond eigenlijk.
De bestaande samenwerking tussen Spanje en Marokko op het gebied van terrorismebestrijding, migratie en economie bewijst volgens de Islamitische Gemeenschapsraad dat er ‘een geschikt politiek klimaat bestaat om nieuwe grensbeheersmodellen te onderzoeken die een paar jaar geleden ondenkbaar leken’.
Of Madrid en Rabat die opening zien, is een andere vraag. Maar de roep klinkt nu vanuit Melilla zelf, mede vanuit de moslimgemeenschap ter plaatse, en dat geeft het debat een gewicht dat het eerder niet had. Het hek bij Gibraltar is weg. Het hek bij Nador staat er nog.