Amerika viert 250 jaar vrijheid. Het eerste land dat het erkende? Marokko.

Amerika viert 250 jaar vrijheid. Het eerste land dat het erkende? Marokko.

Deze zomer vieren de Verenigde Staten 250 jaar vrijheid. Maar wie was de eerste vriend die de jonge natie een hand gaf? Juist, Marokko. Terwijl Europese grootmachten nog aarzelden, erkende sultan Mohammed III als eerste leider ter wereld de onafhankelijkheid van de VS. Hij besloot zijn havens te openen voor Amerikaanse schepen, een pragmatische daad die tot op de dag van vandaag voortduurt en een blauwdruk vormt voor Marokkaanse diplomatie.

De sultan die zijn land wilde heruitvinden

Sultan Mohammed III, die regeerde van 1757 tot 1790, staat bekend als een van de architecten van het moderne Marokko. Hij sloeg binnenlandse opstanden neer en zette zijn land open voor internationale handel. 

In 1766 stuurde hij een ambassadeur naar Spanje om alle moslimslaven in Andalusië vrij te kopen, een humanitaire daad, gekoppeld aan een vredesverdrag met de Spaanse koning. Goede zaken, zou je kunnen zeggen.

Zijn diplomatieke meesterwerk kwam in 1777. Terwijl de Amerikanen nog vochten voor hun onafhankelijkheid, verklaarde de sultan dat alle Amerikaanse schepen welkom waren in Marokkaanse havens. Hij deed dit vooral uit eigenbelang, want handel betekende een nieuwe inkomstenbron en minder afhankelijk van een dure strijdmacht. Toen de Amerikanen jarenlang niet reageerden, liet hij in 1784 gewoon een Amerikaans schip, de Betsey, kapen. Dat trok de onderhandelingen meteen weer op gang. Vriendschap is mooi, maar een klein duwtje kan soms helpen.

Het Verdrag van Vrede en Vriendschap werd uiteindelijk in juni 1786 bezegeld in Marrakech. “Aan de Keizer van Marokko. Grote en edelmoedige Vriend” luidde de aanhef van de brief van de eerste President van de VS George Washington aan de Sultan. Het verdrag bevat een neutraliteitsclausule, conflictpreventie, en zelfs een artikel dat gevangenen in oorlogstijd niet tot slaaf maakt, maar uitwisselt. Een humanitair principe ver voor zijn tijd. Het document werd ondertekend door Thomas Jefferson en John Adams (allebei latere presidenten) en is nog altijd van kracht.

Brief uit 1789 van George Washington aan Sultan Mohammed III ter gelegenheid van de ondertekening van het Vriendschaps- en Vredesverdrag, gesloten in Marrakesh

Een huis in Tanger en vier vrijgekochte Marokkanen

De zoon van Mohammed III, sultan Moulay Slimane, schonk in 1821 een prachtig pand in Tanger aan de Amerikaanse gezant. Het werd het eerste en enige Amerikaanse nationaal historisch monument buiten de VS. Tegenwoordig is het een museum. Wie deze zomer door de medina van Tanger struint, moet zeker overwegen om een bezoekje te brengen. Naast de originele vertrekken waar diplomaten tot 1961 woonden en werkten, kun je er ook kijken naar historische prenten, plattegronden, schilderijen en documenten, zoals een officieel exemplaar van het Marokkaans-Amerikaanse vriendschapsverdrag. 

Een uniek bewijs van de kracht van het verdrag speelde zich af in 1790 in South Carolina. Vier Afrikaanse echtparen werden uit Afrika ontvoerd en in Amerika als slaaf verkocht. Na jaren werken kochten ze zichzelf vrij, maar de racistische Negro Act van 1740 zorgde ervoor dat hun vrijheid precair was. Hun geniale argument: zij waren vrije onderdanen van de Marokkaanse sultan, bondgenoot van de VS, dus geen ‘zwarte slaven’. De rechter gaf hen gelijk met de Moors Sundry Act van 1790. Het veranderde het slavernijsysteem niet, maar toonde aan hoe diplomatie gewone mensen kon redden.

De Amerikaanse legatie in Tanger is het eerste en enige Amerikaanse nationaal historisch monument buiten de VS en bevindt zich in de oude medina van Tanger

Burgeroorlog, spionnen, protectoraat en onafhankelijkheid

De vriendschapsrelatie overleefde ook de Amerikaanse Burgeroorlog, al zorgde een overijverige consul in Tanger voor een diplomatiek schandaal door twee Zuidelijke spionnen te laten arresteren. Het was een signaal dat de VS zich op Marokkaanse bodem niet liet dwarszitten. 

In de twintigste eeuw bleef Marokko een strategische schakel: Amerikaanse troepen landden er in 1942, Roosevelt beloofde steun voor de onafhankelijkheid van Marokko, en tijdens de Koude Oorlog was het koninkrijk een stille, pro-Westerse partner. 

Tot 1963 draaiden er ook nog Amerikaanse vliegtuigen op Marokkaanse bases, hielp USAID Marokkaanse boeren aan betere oogsten, en in de jaren negentig kwamen daar gezamenlijke anti-terreuroefeningen bij.

Modern bondgenootschap

Sinds 2004 is Marokko een Major Non‑NATO Ally. Het vrijhandelsakkoord van 2006 deed de handel exploderen. De Marokkaanse export steeg van 446 miljoen naar 1,6 miljard dollar en de Amerikaanse export verviervoudigde. Boeing, Bombardier en General Electric vestigden zich in Marokko en Amerikaanse technologie en strategische kapitaalinvesteringen waren cruciaal voor de Noor-zonnecentrale bij Ouarzazate.

December 2020: VS Ambassadeur voor Marokko David T. Fischer presenteert nieuwe VS-kaart van Marokko inclusief westelijke Sahara

In 2020 volgde de meest openlijke transactie. President Trump erkende de Westelijke Sahara en Marokko normaliseerde de banden met Israël. Begin 2026 nodigde Trump Marokko uit als mede-oprichter van zijn Internationale Vredesraad. Een club waarvoor je ook een flinke bijdrage mag overmaken. 

En dan zijn er ook nog de informele ambassadeurs zoals de Marokkaans-Amerikaanse Pulitzer‑finalist Laila Lalami, rapper French Montana en duizenden Fulbright‑studenten. Zij bewijzen dat 250 jaar vriendschap niet alleen in musea leeft, maar ook in boeken, beats en wetenschap.

Dus ja, de VS viert feest. En Marokko mag een beetje meevieren. Geen land erkende de jonge republiek eerder, geen land schonk een huis aan zijn ambassadeur, en geen land wist zijn belangen zo geduldig te combineren met een handdruk die inmiddels al 250 jaar meegaat. Eeuwige vriendschap? Misschien. Maar wie goed kijkt, ziet vooral een langlopende, succesvolle en pragmatische samenwerking.

Het laatste nieuws

Lees ook