Gemeenteraadsverkiezingen: wie bleef thuis en waarom?

Gemeenteraadsverkiezingen: wie bleef thuis en waarom?

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen steeg dit jaar naar 53,7 procent, meldt Trouw. Toch bleef bijna de helft van alle kiesgerechtigden thuis. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wijst op drie groepen die structureel afhaken: jongeren, praktisch opgeleiden en Nederlanders met een migratieachtergrond.

Jong, laagopgeleid of met roots elders: de opkomstkloof

Van de kiesgerechtigden tussen 18 en 24 jaar bleef 65 procent thuis tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Het SCP en Nederlandse hoogleraren onderzochten wie er niet stemde en waarom. Hun bevinding: leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond zijn de drie sterkste voorspellers van niet-stemmen. De lokale politiek voelt voor veel jongeren simpelweg te ver weg. Gemeentelijk beleid over parkeervergunningen of bestemmingsplannen trekt nu eenmaal minder dan een Tweede Kamerverkiezing, waar de opkomst al jaren rond de 80 procent schommelt.

Wantrouwen als drempel

Praktisch opgeleiden stemmen het minst. Van mensen met alleen basisonderwijs liet 70 procent de stempas ongebruikt. Het SCP noemt politieke desinteresse en politiek wantrouwen als verklaringen. Wie het gevoel heeft dat de gemeente toch zijn eigen gang gaat, haalt zijn schouders op bij een verkiezing.

Bij Nederlanders met een migratieachtergrond speelt een vergelijkbaar mechanisme, maar met extra lagen. Van eerste-generatiemigranten stemde 70 procent niet in 2022. Taalachterstand is een factor, maar het SCP benoemt ook ervaren discriminatie en uitsluiting als reden om weg te blijven. Wie zich structureel niet vertegenwoordigd voelt, investeert minder snel in een systeem dat zich zelden voor hem lijkt te interesseren.

Wat de cijfers niet zeggen

De stijging naar 53,7 procent is beter dan de historisch lage 50,9 procent van 2022, maar de trend over de afgelopen drie decennia is onmiskenbaar neerwaarts. Sinds 1994 haalt de gemeenteraadsverkiezing de 60 procent niet meer. De vraag is dus niet alleen wie er niet stemt, maar ook wat gemeenten en politieke partijen doen om die drempel te verlagen.

Voor de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap, die sterk vertegenwoordigd is in de grote steden, raakt dit aan iets concreets: gemeentelijk beleid over wonen, onderwijs en sociale voorzieningen wordt bepaald door mensen die door een fractie van de bevolking worden gekozen. Wie niet stemt, laat die keuze aan anderen over.

Lokale politiek als onbenutte hefboom

De opkomstcijfers bevestigen wat politicologen al langer stellen: lokale democratie heeft een legitimiteitscrisis. Stijgende huurprijzen, schoolkeuze, buurtbeheer, dat zijn bij uitstek gemeentelijke dossiers. Toch bereikt de lokale politiek de groepen die het hardst door dat beleid worden geraakt het minst. Zolang die kloof niet structureel wordt aangepakt, blijft elke lichte opkomststijging vooral een statistisch schouderklopje.

- Advertisement -

Het laatste nieuws

Lees ook