Vrouwen in arganketen verdienen €2 per dag, MoroccanOil vraagt €1.130
Vrouwen in Marokkaanse arganoliecoöperaties verdienen soms minder dan €2 per dag, terwijl internationale cosmeticamerken hetzelfde product voor honderden tot meer dan duizend euro verkopen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Franse medium Orient XXI, gepubliceerd door Hespress. Het onderzoek werd uitgevoerd door journalisten Julie Chaudier, Juliet Ferguson en Alice Facchini.
Van coöperatie naar onderaannemer
In 2008 hadden coöperaties nog 80% van de arganoliesector in handen. Vandaag is dat omgedraaid: grote bedrijven domineren de markt en veel coöperaties zijn verworden tot onderaannemers. Ze ontvangen de vruchten, kraken de noten en leveren de pitten af. Fatima, voorzitter van een kleine coöperatie in Agadir, omschrijft het zo: “We zijn een servicecoöperatie geworden. Ze brengen ons de vruchten, en alles wat we nu doen is de noten kraken.”
Vrouwen in deze coöperaties zijn formeel geen werknemers maar leden, een constructie die hen uitsluit van het wettelijk minimumloon, sociale zekerheid en ontslagvergoeding. Ze worden per kilo betaald: tussen de 25 en 50 dirham (€2 tot €5). Eén kilo produceren kost een volle werkdag. Het wettelijk dagloon in de Marokkaanse landbouw ligt op ruim 97 dirham (€9).
Drie procent voor de producent, de rest voor het merk
Buiten de coöperaties is de situatie nog grilliger. Grote bedrijven schakelen ook tussenhandelaren in die vrouwen in afgelegen dorpen benaderen. Daar kraken vrouwen thuis noten voor slechts 20 dirham per kilo, buiten elk juridisch kader.
Ondertussen exporteren de meest concurrerende bedrijven arganolie voor €45 per liter. Kleinere coöperaties halen €72. Maar in Europese winkels en webshops loopt de prijs op: €120 bij het Franse cosmeticabedrijf Aromazone, €400 bij Melvita van de L’Occitane Groep, en €1.130 bij MoroccanOil. Volgens het onderzoek vertegenwoordigt de grondstof slechts 3,9% tot 6% van de uiteindelijke consumentenprijs.
Het fair trade-imago als handelswaar
Grote bedrijven profiteren niet alleen van de lage productiekosten. Ze liften ook mee op het eerlijke-handelsimago dat coöperaties opbouwen, en profiteren indirect van internationale ontwikkelingshulp en Marokkaanse staatssteun die aan die coöperaties wordt verleend. De sociale functie van de coöperaties werkt als marketingargument, terwijl de vrouwen die dat imago produceren er financieel nauwelijks van profiteren.