Midden-Oostenconflict treft Afrika hard: voedsel en groei onder druk
Afrikaanse ministers, economen en VN-topfunctionarissen sloegen vorige week alarm in Tanger. Op de 58e conferentie van Afrikaanse ministers van Financiën, Planning en Economische Ontwikkeling, bericht Hespress, was de boodschap eensgezind: de oorlog in het Midden-Oosten raakt Afrika harder dan de meeste mensen beseffen.
Groeicijfers al onder druk
Het continent herstelt nog steeds van de economische klap van de coronapandemie. De timing van dit conflict is dan ook ronduit slecht. Prognoses die op de conferentie werden gepresenteerd, laten zien dat de Afrikaanse economie in 2026 een krimp van 0,2 procentpunt van het bbp kan verwachten als het conflict langer dan zes maanden aanhoudt. Dat klinkt bescheiden, maar voor landen die al op de rand van schuldencrises balanceren, is elke tiende een procentpunt er één te veel.
De mechanismen zijn bekend: verstoorde scheepsroutes, hogere energieprijzen, gestrande kunstmestleveringen. Hogere transportkosten en stijgende verzekeringspremies drukken door in voedselprijzen. Wie dat het hardst voelt, zijn niet de beleidsmakers in conferentiezalen, maar de gewone huishoudens.
Afhankelijkheid als kwetsbaarheid
Mahmoud Ali Youssouf, voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie, sprak op een gezamenlijke persconferentie met vertegenwoordigers van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Zijn analyse was scherp: “De schokken op internationaal niveau nemen toe. Dit vraagt van Afrikaanse staten dat zij hun krachten bundelen en vertrouwen op eigen middelen om uit de afhankelijkheid van buitenlandse hulp te stappen.”
Ahunna Eziakonwa Onuche, adjunct-secretaris-generaal van de VN en directeur van het UNDP voor Afrika, was concreter over wie de rekening betaalt. “Regeringen moeten snel handelen om hun burgers en kwetsbare groepen te beschermen tegen de effecten van een oorlog waarvan niemand weet wanneer die eindigt.”
Tanger als podium, niet als oplossing
Claver Gatete, uitvoerend secretaris van de VN-Commissie voor Afrika (ECA), stelde de harde vraag die Afrikaanse leiders liever vermijden. Hij wees op aanhoudende verdeeldheid en het uitblijven van economische integratie als zelfopgelegde belemmeringen. “Afrika moet zijn toekomst zelf financieren en regionale oplossingen ontwikkelen die weerstandskracht opbouwen voordat de volgende schok komt.”
De aanbevelingen op de conferentie varieerden van kortetermijnmaatregelen, zoals het stabiliseren van brandstof- en kunstmestleveringen, tot structurele hervormingen: meer regionale handel via het AfCFTA (het Afrikaanse continentale vrijhandelsakkoord), energieonafhankelijkheid en eigen financieringsmechanismen.
Wat dit betekent voor Marokko
Marokko is als gastheer van de conferentie geen neutraal podium. Het land is zelf importafhankelijk voor energie en graan, en de stijging van kunstmestprijzen raakt de landbouwsector direct. Voor Marokkaanse Nederlanders met familie, grond of vastgoed in Marokko is dit geen abstract debat. Stijgende kosten van levensonderhoud vertalen zich rechtstreeks naar de vraag hoeveel een bezoek kost, wat een renovatie doet en wat er overblijft van spaargeld dat naar huis wordt gestuurd. De conferentie in Tanger bracht geen oplossingen, maar de diagnose was ongewoon eerlijk.