Marokkaanse film aangeklaagd vóór première: kunstenaar of godslasteraar?

Marokkaanse film aangeklaagd vóór première: kunstenaar of godslasteraar?

Nog voor één bioscoopbezoeker de zaal in is gestapt, ligt de nieuwe film van regisseur Hisham Al-Asri al onder vuur. De organisatie “Cinéma Printemps” diende een klacht in bij de procureur-generaal in Casablanca wegens vermeende belediging van de islam. Het patroon is bekend, de inzet niet minder groot.

Klacht op basis van promotiemateriaal

De aanklacht richt zich op het promotiemateriaal van “Verstoten van Gods Genade”, niet op de film zelf. Cinéma Printemps stelt dat scènes religieuze symbolen combineren met wat zij “pornografisch en immoreel” noemen. Een figuur die “de duivel” uitbeeldt in een moskee-achtige omgeving, plus Engelstalige scheldwoorden: dat is het bewijs dat de organisatie meent te hebben. De film was op dat moment nog niet in de bioscoop te zien.

Al-Asri reageert laconiek. Hij wil de campagne geen “zuurstof” geven, zegt hij, maar loopt er ook niet voor weg. “Ik ben jurist,” voegt hij eraan toe. Zijn echte zorg is niet een rechtszaak maar wat hij omschrijft als “ongegronde takfiri-retoriek”: het ter verantwoording roepen van gedachten en bedoelingen, niet van daden.

Tien jaar werk, acht films, steeds dezelfde discussie

Al-Asri is geen onbekende in dit landschap. Hij maakte acht films, elk vergezeld van discussie of kritiek. Elke film doorloopt in Marokko een officiële commissie die een exploitatievergunning afgeeft. Die procedure heeft hij altijd doorlopen. De wet is zijn referentiekader, niet de publieke opinie.

Wat hem meer bezighoudt dan zijn eigen positie, zijn de jonge filmmakers die hij begeleidt in workshops. Hij ziet hoe beginnelingen aarzelen om gevoelige onderwerpen aan te snijden. “Kunst gaat om vrijheid en verantwoordelijkheid,” zegt hij. “Zonder vooropgestelde agenda’s, maar wel met moed om maatschappelijke kwesties aan te pakken.”

“Richt je bezwaren op geweld en dakloze kinderen”

Scenarioschrijver Abdel-Ilah Al-Jawahri heeft de film meerdere keren gezien en vindt er niets in dat een rechtszaak rechtvaardigt. Hij plaatst de rel in perspectief: wie bezwaar wil maken, zou dat beter kunnen richten op “maatschappelijke lelijkheid, geweld, marginalisering, dakloze kinderen.” De film verandert geen geloof, betoogt hij, maar legt wel diepe maatschappelijke paradoxen bloot.

Vrijheid als inzet

Marokko heeft een levendige filmindustrie, mede gevoed door overheidssubsidies en een groeiend festivalcircuit. Tegelijk laat de samenleving regelmatig zien dat artistieke ruimte niet vanzelfsprekend is. De zaak rond Al-Asri is geen uitzondering maar een terugkerend gesprek over waar de grenzen liggen en wie die grenzen bepaalt.

Voor Marokkaanse Nederlanders die de culturele ontwikkeling van het land volgen, is de casus veelzeggend. Niet omdat Marokko uniek is in het beperken van kunst, maar juist omdat de druk hier van onderop komt, van een organisatie die zich beroept op religieus gevoel. Wie de uitkomst bepaalt, de rechter, de bioscoopcommissie of het publiek, zegt meer over de staat van het land dan de film zelf ooit zou kunnen.

RUBRIEK: Cultuur

- Advertisement -

Het laatste nieuws

Lees ook