Schooladvies opplussen: wie het hardst pusht, wint niet altijd
De doorstroomtoets moest onderadvisering bestrijden, maar creëert een nieuw probleem: hoogopgeleide ouders plussen adviezen op via bijles en gerichte druk op basisscholen, meldt de Volkskrant. Kinderen die te hoog worden geplaatst, stromen later af met een faalervaring als bagage. Voor Marokkaans-Nederlandse gezinnen, vaak al geconfronteerd met onderadvisering, is dit een verhaal met twee kanten.
Bijstelling als hefboom
Sinds de invoering van de doorstroomtoets in 2024 geldt: scoort een leerling hoger op de eindtoets dan het voorlopige advies van de leerkracht, dan moet de basisschool het definitieve advies in principe naar boven bijstellen. Ongeveer een derde van de leerlingen komt hiervoor in aanmerking; driekwart van hen krijgt daadwerkelijk een hoger advies. Bedoeld als correctie op structurele onderadvisering van meisjes, plattelandsleerlingen en kinderen met een migratieachtergrond. In de praktijk pakt het systeem anders uit.
Wie het hardst pusht
Uit inventarisatie van de PO-Raad (koepelorganisatie primair onderwijs) blijkt dat opplussen relatief vaker voorkomt in regio’s met veel hoogopgeleide ouders. Zij kennen de regels, investeren in toetstraining en bijles, en stappen vaker naar de leerkracht. “De prestatiedruk die ouders en daarom ook kinderen ervaren om koste wat het kost naar het vwo te gaan”, zegt Liesbeth Hans, rector-bestuurder van het Atheneum College Hageveld in Heemstede. Het paradoxale resultaat: juist waar onderadvisering minder speelt, worden adviezen het vaakst naar boven bijgesteld.
De klap komt later
Scholen zien wat er gebeurt als een kind structureel op zijn tenen loopt. Motivatieproblemen, aangetast zelfvertrouwen, soms mentale klachten. Rector Jan-Mattijs Heinemeijer van het Mendelcollege in Haarlem is direct: “Je wordt niet slimmer, maar je schuift wel op in de rangorde.” Als het vervolgens niet past, “is er thuis ontzettend veel ellende.” Vmbo-scholen vangen de uitval op. Directeur Henk Post van Dunamare, een schoolbestuur met veel vmbo- en praktijkonderwijs in Zuid-Kennemerland, ziet zij-instromers binnenkomen in het examenjaar die de lesstijl en het vakkenpakket totaal niet gewend zijn. “Baat het niet, dan schaadt het dus wel.”
Twee kanten van hetzelfde systeem
Voor Marokkaans-Nederlandse leerlingen speelde onderadvisering jarenlang aantoonbaar een rol: onderzoek van de Onderwijsinspectie bevestigde dat kinderen met een migratieachtergrond te vaak een lager advies kregen dan hun prestaties rechtvaardigden. De doorstroomtoets was mede bedoeld als correctie daarop. Maar als het instrument nu vooral ten goede komt aan gezinnen met de middelen om het systeem te bespelen, verschuift het probleem zonder het op te lossen.
Onderwijsonderzoeker José Mulder waarschuwt voor te snelle conclusies: de structurele effecten van de doorstroomtoets worden pas de komende jaren zichtbaar. Wie de discussie over kansengelijkheid serieus neemt, kan niet volstaan met het aanpassen van één toets. Zolang een mavo-advies thuis klinkt als een mislukking, lost geen enkele campagne dat op.