Marokko betaalt de rekening van een oorlog die het niet voert
De oorlog in het Midden-Oosten raakt Marokko harder dan de meeste Nederlanders beseffen: met ruim 21,5 miljard dirham aan geraffineerde brandstofinvoer uit de Golfregio is het land structureel kwetsbaar voor wat er in Riyad, Koeweit en Teheran gebeurt. Medias24 becijferde deze week hoe diep de schok zit, en het antwoord is ontnuchterend.
Olie op 110 dollar, en stijgende
Na de toespraak van Donald Trump op 1 april 2026, waarin hij aankondigde dat de VS Iran nog twee tot drie weken zou aanvallen, reageerden de markten onmiddellijk. Brent-olie steeg met meer dan 8 procent naar 110 dollar per vat. Aandelen zakten in, de dollar versterkte. Wie hoopte op een diplomatieke uitweg, keek tevergeefs.
Zelfs een staakt-het-vuren lost het probleem niet op. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) telde meer dan 40 beschadigde kritieke energielocaties in de regio. Herstel kost maanden, soms jaren. Saad al-Kaabi, directeur-generaal van QatarEnergy, zei op 19 maart tegenover Reuters dat aanvallen 17 procent van Qatars LNG-exportcapaciteit hebben uitgeschakeld: 12,8 miljoen ton per jaar, voor drie tot vijf jaar. Een installatie voor gas-naar-vloeistof conversie kan tot een jaar stilliggen voor reparatie.
Gasolie, kerosine, benzine
Marokko’s blootstelling loopt niet primair via ruwe olie, maar via geraffineerde producten die dagelijks worden verbruikt. Gasolie vormt de grootste post: bijna 18,6 miljard dirham, grotendeels afkomstig uit Saoedi-Arabië. Vliegtuigbrandstof volgt met 1,8 miljard dirham, benzine met 650 miljoen en zware stookolie met 320 miljoen.
Saoedi-Arabië staat als leverancier bovenaan, en dat biedt enige buffer. Het koninkrijk beschikt over een oost-westpijpleiding naar de Rode Zee en exporteert via Yanbu, waardoor het de gevaarlijke Straat van Hormuz gedeeltelijk kan omzeilen. Voor Marokko, dat geografisch dichterbij ligt dan de meeste Aziatische afnemers, is de aanvoerroute relatief minder risicovol.
Relatief voordeel, absoluut probleem
Marokko kan in tijden van schaarste worden gezien als een solvabele, goed bereikbare markt. Dat is een geopolitiek voordeel dat niet nul is. Maar het dempt de prijsschok niet. Hogere brandstofprijzen raken transport, logistiek en productie direct. De koopkracht van gewone Marokkanen, inclusief de families van de diaspora die dit najaar naar huis reizen of geld overmaken, voelt dat als eerste.
De werkelijke vraag is hoe lang Rabat dit kan absorberen zonder de gesubsidieerde brandstofprijzen opnieuw onder druk te zetten. Het antwoord hangt af van een oorlog die Marokko niet voert, maar waarvan het wel de rekening krijgt.